U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
Een zak chips die opengaat tijdens een avond op de bank. De geur van versgebakken koekjes in de supermarkt. Veel van onze eetkeuzes voelen als een bewuste beslissing, maar worden ongemerkt beïnvloed door de wereld om ons heen. Tijdens het festival Eureka! in Forum Groningen liet UMCG-onderzoeker en universitair docent kindergeneeskunde Janine Kruit zien hoe dat werkt.
Eureka! bracht op 25 september wetenschappers, kunstenaars en bezoekers samen rond het thema Resilience in Times of Change (veerkracht in tijden van verandering). Met lezingen, workshops en ontmoetingen maakten onderzoekers zichtbaar hoe wetenschap raakt aan het dagelijks leven. Een van die lezingen ging over ultrabewerkt voedsel: producten die vaak verleidelijk, makkelijk verkrijgbaar en moeilijk te weerstaan zijn.
Meer dan een kwestie van wilskracht
Janine Kruit en haar collega Andrea Werkman, docent bij Voeding en Diëtitiek aan de Hanzehogeschool, halen allerlei producten uit een boodschappentas. Bezoekers mogen raden welke producten ultrabewerkt zijn. Daarna doet iedereen de ogen dicht en klinkt een herkenbaar geluid: een zak chips die opengaat. ‘Bij wie loopt het water al in de mond?’, vraagt Kruit. Meerdere handen gaan omhoog. ‘Dat is niet gek', zegt ze. Alleen al zo’n geluid is een voedselprikkel die het lichaam kan laten reageren. Bijvoorbeeld door extra speeksel aan te maken.
De lezing over ultrabewerkt eten trok veel publiek.
Het probleem van ons eetgedrag is niet alleen gebrek aan wilskracht, maar vooral de blootstelling aan voedselprikkels. En die blootstelling is groot. Naar schatting bestaat ongeveer 70 procent van het aanbod in de supermarkt uit ultrabewerkte producten. Ook een groot deel van de voedselreclames is gericht op dit soort producten. Daardoor komen we er voortdurend mee in aanraking, vaak zonder daar bewust bij stil te staan.
‘Het is niet gek als het water al in je mond loopt als je alleen al een zak chips hoort’
Kruit verwijst onder andere naar een studie van Van Hall uit 2019, waarin deelnemers twee weken een minimaal bewerkt en twee weken een ultrabewerkt dieet volgden. Hoewel de maaltijden vergelijkbaar waren, aten deelnemers tijdens het ultrabewerkte dieet gemiddeld zo’n 500 kilocalorieën per dag meer.
Waarom zijn sommige producten zo verleidelijk?
Een mogelijke verklaring zit in de samenstelling van veel ultrabewerkte producten. De combinatie van bijvoorbeeld vet, suiker en zout kan voor ons brein extra aantrekkelijk zijn en zorgen voor een zogenaamde ‘superstimulus’. Daardoor kunnen producten uitnodigen om door te eten, ook als we eigenlijk al genoeg hebben gehad.
Ook de timing van honger speelt een rol. Kruit vertelt over onderzoek waaruit blijkt dat veranderingen in de bloedsuikerspiegel samenhangen met het moment waarop mensen weer trek krijgen. Na het eten van producten met veel snel opneembare suikers kan de bloedsuikerspiegel bijvoorbeeld sneller dalen. En zo’n dip kan ervoor zorgen dat je eerder trek krijgt, gemiddeld zo’n 24 minuten eerder.
Een bezoeker raadt hoeveel gram broccoli nodig is om tot 300 kilocalorieën te komen.
Onnodige trek voorkomen
Volgens Kruit moeten we daarom niet alleen kijken naar onze individuele keuzes, maar ook naar de omgeving waarin we die maken. Wat staat er in de kast? Wat ligt er bij de kassa? En wat komen we onderweg tegen? Ze geeft bezoekers praktische tips: herken verleidingen in je omgeving, maak gezonde keuzes makkelijker en voorkom onnodige trek. Een kleine verandering kan al helpen, zoals de snoeppot uit het zicht zetten en gezonde producten binnen handbereik leggen.
Zelf ervaren
Samen met student Robin Fontijn van de opleiding Voeding en Diëtetiek van de Hanze, ERIBA-onderzoeker Brecht Attema en lector Food & Nutrition Lizette Oudhuis kunnen bezoekers na de lezing raden hoeveel broccoli, chocolade, appels of chips er nodig is voor 300 kilocalorieën. Zo ervaren ze hoe groot de verschillen tussen voedingsmiddelen zijn. Want 300 kilocalorieën zien er bij het ene voedingsmiddel heel anders uit dan bij het andere. Zo heb je daar bijvoorbeeld gemiddeld drie hele stronken broccoli voor nodig, terwijl je met acht blokjes chocolade al aan die hoeveelheid komt.
Eén van de verdiepingen in Forum Groningen tijdens het Wetenschapsfestival EUREKA!.
Wetenschap dichtbij
In de rubriek Wetenschap dichtbij laten we je zien, dat wetenschap geen gesloten wereld is. We brengen kennis naar plekken waar mensen die kunnen gebruiken. Om te begrijpen, te herkennen en gezondere keuzes te maken.
Onderzoekers luisteren naar wat er speelt in de samenleving en nemen die verhalen mee in hun onderzoek. Want daar waar onderzoek en samenleving elkaar ontmoeten, ontstaan nieuwe inzichten. Zo bouwen we samen aan meer gezonde jaren.