Ik vind het ontzettend zonde als een nieuwkomer die jarenlang als verpleegkundige heeft gewerkt, hier in Nederland als bijvoorbeeld flitsbezorger aan de slag gaat. Niet alleen omdat de zorg die kennis hard nodig heeft, maar vooral omdat het voor die persoon zelf zoveel betekent om zijn of haar vak uit te oefenen. Je ziet mensen zelfvertrouwen krijgen. Ze krijgen opnieuw een plek in de samenleving. En ook voor hun kinderen maakt dat een enorm verschil. Zij zien hun ouders weer doen waar ze goed in zijn en waar ze trots op kunnen zijn. Dat vind ik misschien wel de grootste winst.
Aan de ene kant hebben we in de zorg enorme schaarste aan personeel en aan de andere kant zijn er mensen die graag wilden werken, maar daar nauwelijks de kans voor kregen. Dat zette me aan het denken. Ik vroeg me af of ik niet iets kon betekenen in het verbeteren van de zorg. Hoe mooi zou het zijn als je als een ziekenhuis zelf een traject kunt opzetten waarmee je niet alleen de zorg helpt, maar ook mensen weer een toekomst geeft?
Samen met collega's ben ik gaan bellen, informatie gaan verzamelen en in gesprek gegaan met organisaties als het UAF, gemeenten en het COA. Het was een zoektocht. Maar dankzij de enorme inzet van mijn collega Petra Veltman, de afdeling Mens & Organisatie van het UMCG, het Talencentrum van de RUG en Leerzorg is het traject waarin nieuwkomers toewerken naar hun BIG-registratie als verpleegkundige, er gekomen.
Het gaat er om dat mensen de kans krijgen om weer te doen waar ze goed in zijn.
Natuurlijk is het voor hen geen gemakkelijk traject. Integendeel. Zij moeten tegelijkertijd een nieuwe taal leren, wennen aan een andere cultuur, een nieuw zorgsysteem begrijpen en vaak ook privé nog veel problemen oplossen. Sommigen wachten nog op gezinshereniging of zijn bezig een huis te vinden. Daarnaast vragen we veel van de verpleegkundige teams die hen begeleiden. Zij investeren veel tijd en energie in collega's die nog niet volledig zelfstandig kunnen werken. Dat vraagt geduld en betrokkenheid.
Soms blijkt het taalniveau nog onvoldoende, soms vraagt de begeleiding meer tijd dan verwacht en soms zijn er culturele verschillen die aandacht vragen. Maar juist daarom bestaat dit traject. Als mensen al volledig aan alle eisen zouden voldoen, hadden ze deze ondersteuning helemaal niet nodig. Juist door die begeleiding kunnen ze uiteindelijk uitgroeien tot onze collega's.
Ik heb zoveel respect voor iedereen die eraan meedoet. Voor de nieuwkomers, omdat zij ongelooflijk gemotiveerd zijn om opnieuw hun beroep uit te oefenen. Maar ook voor de afdelingen die bereid zijn hierin te investeren. Zonder hun enthousiasme zou het traject nooit hebben kunnen slagen. Uiteindelijk staat of valt alles met draagvlak op de werkvloer.
Voor mezelf voelt dit project nooit als belastend. Integendeel, het geeft me juist energie. Natuurlijk kost het tijd. Maar iedere keer als je ziet dat iemand weer als verpleegkundige aan de slag gaat, weet je waarvoor je het doet. Inmiddels hebben tientallen mensen het traject gevolgd en werkt het overgrote deel in de zorg. Sommigen zijn inmiddels volledig BIG-geregistreerd, anderen zijn doorgestroomd naar vervolgopleidingen of werken in andere ziekenhuizen.
Ik heb zoveel respect voor iedereen die hier aan meedoet
Ik vind het bijzonder om te zien hoe het project zich heeft ontwikkeld. Gemeenten, provincies en ziekenhuizen investeren inmiddels mee om het traject structureel te maken. Dat vind ik belangrijk, want uiteindelijk moet zo'n initiatief niet afhankelijk blijven van een paar enthousiaste mensen. Het moet onderdeel worden van de manier waarop we onze zorg organiseren. Niet alleen voor verpleegkundigen, maar ook voor andere beroepen in de zorg waar tekorten zijn.
We hebben inmiddels veel kennis opgebouwd over hoe je nieuwkomers kunt begeleiden naar werk. Ik vind het essentieel dat ook onze raad van bestuur, de managing directors en de Chief Nursing Officer dit ondersteunen. Zij zien in dat het UMCG hiermee zijn rol in de regio vervult.
Als ik terugkijk, ben ik vooral trots dat zoveel medewerkers samen iets hebben opgebouwd wat daadwerkelijk verschil maakt. Niet alleen voor het ziekenhuis of voor de zorg, maar vooral voor de mensen zelf. Uiteindelijk gaat het erom dat talent niet verloren gaat. Dat mensen de kans krijgen om weer te doen waar ze goed in zijn. En als we daarmee tegelijkertijd de zorg versterken, dan is dat voor mij precies de impact waar ik ooit naar op zoek was.’