Niet één, maar twee ministers op bezoek bij UMCG

Zorgministers Sophie Hermans en Mirjam Sterk brachten maandag 28 september een bezoek aan het UMCG. Het werd een middag die in het teken stond van passende zorg, preventie, digitalisering en AI.

De één kwam om 12.30 uur aan, de ander een half uurtje later. Zowel Sophie Hermans - minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - als Mirjam Sterk - minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport – bezochten het UMCG. We bespraken met hen wat de zorg van de toekomst nodig heeft – meer aandacht voor passende zorg en preventie – en welke rol digitalisering en AI daarbij hebben. 

Eén op de drie jongeren heeft mentale klachten  

In de provincie Groningen worstelt bijna één op de drie jongeren met mentale klachten. Dat komt onder meer door de stress vanwege de aardbevingen en de trage schadeafhandeling, maar ook door armoede. De zorg kan niet iedereen de hulp geven die ze nodig hebben.  

Daarom is preventie ongelofelijk belangrijk, vertelde Frederike Jörg van het UMCG aan minister Hermans, en daarvoor is Mentaal Gezond Groningen opgericht. Het doel van dit platform: het verbeteren van mentale problemen van Groningers, te beginnen bij de jeugd.  

Een kutdag mag 

Vanuit Mentaal Gezond Groningen zijn er onder meer lessen op middelbare scholen over mentale gezondheid. 'We geven docenten trainingen zodat zij signalen van depressie kunnen signaleren, en leerlingen die hulp nodig hebben in contact kunnen brengen met hulpverlening', legde Jörg uit. Ook vertelde ze over de campagne 'Een kutdag mag', die jongeren leert dat je je niet altijd blij hoeft te voelen. Herkenbaar, vond de minister: 'We hebben allemaal wel eens zo'n dag'.

Minister Hermans op bezoek in het UMCG
Minister Hermans bij het multidisciplinair overleg.

Keuzes hebben consequenties 

Naast preventie helpt ook passende zorg om de zorg betaalbaar en behapbaar te houden. Minister Hermans schoof aan bij een multidisciplinair overleg waarin zorgprofessionals uit verschillende disciplines met elkaar bespreken wat de beste zorg voor de patiënt is. 

'Door in gesprek te gaan met de patiënt kunnen we meewegen wat diegene belangrijk vindt, en kunnen we samen een keuze maken.'

Aan de hand van een fictieve casus liet een team van zorgprofessionals zien welke afwegingen zij maken om tot passende zorg te komen. 'Keuzes hebben consequenties', legde verpleegkundig onderzoeker Hanneke van der Wal uit, 'en daar moeten we het over hebben. Wat betekent het voor een patiënt om een operatie te krijgen? Een levensverlengende operatie kan betekenen dat een patiënt inlevert aan kwaliteit van leven, of aan zelfstandigheid. Door in gesprek te gaan met de patiënt kunnen we meewegen wat diegene belangrijk vindt, en kunnen we samen een keuze maken.'   

Het is de tijd meer dan waard 

Kost het veel tijd als verschillende zorgverleners met de patiënt in gesprek gaan, wilde de minister weten. Van der Wal: 'Meer tijd dan voorheen. Want mensen komen naar het ziekenhuis en denken dat ze geopereerd gaan worden, omdat dat zo hoort. Maar als we de tijd nemen om met patiënten in gesprek te gaan en te horen wat zij belangrijk vinden, blijkt dat niet altijd de beste keuze te zijn.' Het is, wil ze maar zeggen, de tijd meer dan waard als je het beste wilt voor de patiënt.  

Zelf CAR-T-cellen maken 

Minister Hermans bezocht ook de CAR-T-faciliteit van het UMCG. Hematoloog Tom van Meerten gaf uitleg over deze innovatieve kankerbehandeling, waarbij T-cellen van een patiënt genetisch worden aangepast zodat ze kankercellen herkennen en aanvallen. Het UMCG maakt deze behandeling sinds enkele jaren zelf en doet hier onderzoek naar, samen met de andere UMC’s. Lees hier meer over CAR-T in het UMCG. 

Minister Hermans in gesprek met bestuursvoorzitter Ate van der Zee
Minister Hermans in gesprek met UMCG-bestuursvoorzitter Ate van der Zee.

Kijkdoos Zorgviewer 

Om veilige en passende zorg te leveren, heb je de juiste informatie van patiënten nodig. Nu heeft iedere zorginstelling zijn eigen systeem waar een behandelaar alle informatie over een patiënt kan inzien. Ga je als patiënt van het ene ziekenhuis naar het andere, dan wordt de informatie overgedragen. Met alle problemen die dat met zich mee kan brengen. 

‘Als je in elkaars systemen kunt kijken, weet je veel sneller wat een patiënt mankeert en wat zijn labuitslagen en bloedwaarden zijn’, vertelt Yoeri Zuidwijk, huisarts bij Dokter Drenthe. Zuidwijk is één van de grondleggers van Zorgviewer, een systeem waarmee je als een soort kijkdoos altijd de actuele gegevens van een patiënt bij een andere zorginstelling kunt inzien.  

En die wil je als arts altijd hebben. ‘Ik maak er veel gebruik van’, zegt UMCG-kinderarts Charlotte Bootsma. ‘Als de ambulance onderweg is, dan kijk ik via Zorgviewer alvast wat ik te weten kan komen over de patiënt, dan ben je beter voorbereid.’ 

'Patiënten verwachten van ons dat wij hen helpen op basis van alle informatie die we van ze hebben. Dat gaat het beste als we die data op dezelfde plek hebben.'

Gezamenlijk patiëntendossier 

Naast Zorgviewer zet het UMCG ook samen met Ommelander Ziekenhuis Groningen en Treant in op een gezamenlijk patiëntendossier. ‘En dat is uniek in Nederland’, vertelde UMCG-bestuurslid Stephanie Klein Nagelvoort - Schuit. De minister vroeg hoe patiënten hierover denken als het gaat om privacy. Zijn hun gegevens veilig? En wie kan die data dan allemaal bekijken? 

‘Iedere arts heeft een beroepsgeheim, dat verandert niet', zei Klein Nagelvoort - Schuit. ‘Ik bekijk het ook andersom: patiënten verwachten van ons dat wij hen helpen op basis van alle informatie die we van ze hebben. Dat gaat het beste als we die data op dezelfde plek hebben.’ 

Minister Sterk op bezoek bij Lifelines
Minister Sterk (links) in gesprek met UMCG-bestuurslid Stephanie Klein Nagelvoort - Schuit.

Slim gebruik maken van data 

Bij LifeLines zag minister Sterk wat er mogelijk is als je data slim gebruikt. ‘Met de gegevens van 167.000 noorderlingen, die we al twintig jaar volgen en bevragen, maken we de vertaling van de wetenschap naar beleid en andersom’, vertelde UMCG-prodecaan Jochen Mierau. Met een simpel voorbeeld schetste hij de meerwaarde van het koppelen van maatschappelijke data aan alle informatie die in Lifelines zit. ‘Als er meer snackbars in een wijk komen, kunnen wij daar onderzoek naar doen en vaststellen hoe dat leidt tot een toename van obesitas bij de mensen die daar in de buurt wonen.’  

Zijn de AI-toepassingen al goed genoeg? 

Tot slot ging het over de kansen die AI biedt om betere zorg te leveren en om de werklast van zorgprofessionals te verlagen. Maar wat werkt wel en wat werkt niet? Is een nieuwe toepassing wel veilig en heeft het voldoende toegevoegde waarde? Daar doet Charlotte Bootsma samen met KNO-arts Rosanne Schoonbeek onderzoek naar.  

‘Nu zijn collega's de helft van hun tijd kwijt aan administratie. Als we dat kunnen verkorten, helpt dat enorm op het gebied van personeelstekorten in de zorg’, aldus Klein Nagelvoort - Schuit. Maar dan moeten de AI-toepassingen wel minstens net zo goed zijn als het werk van de mens. 

‘Hoopvol’, zo besloot minister Sterk. ‘Het gaat vaak over een zorgsysteem dat vast lijkt te lopen en waarin we moeten kiezen wat wel en niet kan. Als je ziet wat er op dit gebied mogelijk is, kunnen we een kwalitatieve slag maken om de zorg overeind te houden.’