‘Zijn nabestaanden wilde hij het zo makkelijk mogelijk maken’

An Reyners wilde dokter worden, net als haar vader. Ze gaat geneeskunde studeren, kiest voor het specialisme interne geneeskunde en ontdekt tijdens de opleiding dat de oncologie ‘het helemaal is’. Maar dan wakkert een ongeneeslijk zieke patiënt ook een ander vuur bij haar aan.

‘Toen ik nog een Humpty Dumpty was, wist ik het al. We woonden in Tunesië waar mijn vader als dokter ontwikkelingshulp deed. Machtig mooi vond ik het hoe hij mensen hielp. Dat wilde ik later ook doen', vertelt internist-oncoloog An Reyners. Een ander beroep heeft ze nooit overwogen al opperden docenten op de middelbare school dat architect misschien ook iets voor haar was. ‘Omdat ik goed was in wiskunde, maar ik ben totaal niet creatief en kan nog geen huis tekenen.’ 

Begeleiden naar wat komen gaat 

Ze rolt door de geneeskundestudie en besluit internist te worden want het beschouwende, overdenkende past goed bij haar. ‘Ik ging in opleiding en kwam er toen achter dat de oncologie het voor mij helemaal is. Patiënten beter maken en als dat niet kan, ze zo goed mogelijk begeleiden naar wat komen gaat. Zorg bieden waar een eindigheid aan zit, dat past bij mij. Ik ben namelijk niet een goede ‘tutteldokter’ om het maar zo te zeggen.’ 

In het ziekenhuis sterven 

Als internist-oncoloog in opleiding behandelt ze patiënten met kanker en een daarvan is een leeftijdgenoot die net als zij twee kleine kinderen heeft. De patiënt is ongeneeslijk ziek en wil met haar over zijn overlijden praten. ‘Met zijn vrouw erbij want ze wilden graag regelen dat hij niet thuis, maar in het ziekenhuis zou sterven. Dat was hun wens', vertelt Reyners die na 20 jaar nog precies weet in welk kamertje op de verpleegafdeling het gesprek plaatsvond. 

‘Ik was diep onder de indruk.'

Een sterretje of wolkje? 

Ze vervolgt: ‘Hij sprak heel nuchter over zijn naderende dood en vroeg toen: ‘Wat zal ik mijn kinderen vertellen; dat ik straks een sterretje ben, of een wolkje?’ Eh… dacht ik. Wie ben ik om daar iets over te zeggen? Ik heb geantwoord dat ik zou kiezen voor een wolkje omdat je die vaker ziet dan de sterren, en was diep onder de indruk. Wat hij allemaal wel niet regelde om het zijn nabestaanden zo makkelijk mogelijk te maken. Zo had hij met zijn vrouw besproken dat hij het prima zou vinden als ze een nieuwe partner kreeg, en tegen zijn ouders en schoonouders gezegd dat ze dat dan moesten accepteren. En na zijn overlijden kreeg ik een bedankkaart, die had hij van tevoren voor me geschreven.’ 

‘Ook als je ze niet beter kunt maken, moet je ze zo goed mogelijk begeleiden.’

Patiënten hebben meer nodig 

Het raakte haar en zette haar aan het denken: ‘Want in mijn opleiding had ik allerlei medisch technische kennis opgedaan, maar patiënten hebben meer van je nodig. Ook als je ze niet beter kunt maken, moet je ze zo goed mogelijk begeleiden.’  

Hoogleraar palliatieve geneeskunde

Om daar meer over te leren ging ze naar het Christopher's Hospice in Londen dat vooropliep in de palliatieve zorg en vroeg bij KWF een beurs aan om zich in het vakgebied te specialiseren. Het leidde ertoe dat ze in 2017 hoogleraar palliatieve geneeskunde werd en zich samen met anderen op nationaal en Europees niveau inzet om de zorg voor ongeneeslijk zieke patiënten te verbeteren.  

Meer dan het lichamelijke 

Sinds die ene patiënt is er veel veranderd. ‘Kan iemand niet meer beter worden, dan brengen we nu samen met de patiënt in kaart welke zorg hij nodig heeft en dat gaat verder dan het lichamelijke. We kijken bijvoorbeeld ook of de patiënt somber is of angstig voor wat komen gaat en wat we daaraan kunnen doen', vertelt Reyners. ‘Ook is er allerlei scholing, zorgverleners kunnen bijvoorbeeld een training volgen voor het voeren van zingevingsgesprekken. En we hebben meer aandacht voor de naasten van de patiënt. Die helpen we zo goed mogelijk verdergaan met hun leven.’ 

Dat ene moment

Soms is er een cruciaal moment in het leven waarop je weet: dit maakt alles anders. In de rubriek Dat Ene Moment vertellen professionals over zo’n moment. Over hoe bepalend dat bleek te zijn. Voor henzelf. Voor die ander. Of voor hun vak. We ontleden elke acht weken een nieuw moment.