Hoe ontstaat een acuut hartinfarct?
Een acuut hartinfarct ontstaat door het scheuren van een atheroscletische plaque (aderverkalking) in een kransslagvat. Op de plek waar de plaque is gebroken ontstaat direct een stolsel (trombus) dat het kransslagvat volledig afsluit. Hierdoor krijgt (een deel van) de hartspier geen zuurstof meer en sterft af. Snel herstel van de bloeddoorstroming is essentieel voor de overleving van het hartspierweefsel.
Dotterbehandeling is standaard
De standaardbehandeling voor een patiënt met een acuut hartinfarct is een dotterbehandeling, waarbij het afgesloten kransslagvat met een ballon wordt opengemaakt. Daarna wordt er een stent geplaatst om het kransslagvat open te houden. Als complicatie kan echter tijdens het openmaken van het vat en het plaatsen van een stent de trombus verplaatst worden en stroomafwaarts in het vaatstelsel de bloeddoorstroming naar de hartspier blokkeren. Verwijdering van de trombus aan het begin van de dotterbehandeling kan dit mogelijk voorkomen.
Bij trombus aspiratie wordt geprobeerd de trombus in het kransslagvat door een dunne katheter weg te zuigen. Na trombus aspiratie is het vaak niet meer nodig om het vat open te maken met een ballon en kan er direct een stent geplaatst worden.