Via sleutelpersonen betere voorlichting over HPV-vaccinatie aan Turkse en Marokkaanse gemeenschap

De vaccinatiegraad voor HPV binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap is lager dan gemiddeld. Dit komt onder andere doordat informatie over het belang van vaccineren hen niet goed bereikt. Een project van het UMCG en GGD Groningen bracht hier verandering in.

Hoe zorg je ervoor dat informatie over vaccineren beter aansluit bij verschillende groepen mensen? Daar doen het UMCG en GGD Groningen binnen het Europese project RIVER-EU onderzoek naar. Vooral groepen met een lagere vaccinatiegraad krijgen extra aandacht. Het is begin 2022 als UMCG-onderzoeker Janine de Zeeuw vaststelt dat de informatie over HPV-vaccinatie niet aansluit bij de Marokkaanse en Turkse gemeenschap. Samen met collega’s ziet ze mogelijkheden om dit te verbeteren.

Zoektocht naar sleutelpersonen

Uit de literatuur bleek dat samenwerken met sleutelpersonen succesvol zou kunnen zijn, vertelt De Zeeuw. ‘En ook uit interviews met Marokkaanse en Turkse vrouwen kwam naar voren dat het beter zou kunnen werken als de voorlichting door mensen uit hun gemeenschap zelf wordt gegeven, samen met een arts. We besloten om dit ook hier te proberen.’

Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe vind je de juiste mensen? En hoe win je hun vertrouwen? ‘Het was een behoorlijk lange zoektocht naar de juiste organisaties en personen’, vertelt GGD-arts Lam Trang. ‘Via-via kwamen we uiteindelijk terecht bij mensen die vertrouwd zijn en invloed hebben binnen de gemeenschap.’

Eén van hen is Saïda el Battioui, al zeventien jaar betrokken bij Multicultureel Vrouwencentrum Jasmijn in Groningen en coördinator van Jasmijn Gezond. In het vrouwencentrum vertellen de drie vrouwen samen over hoe het project stap voor stap vorm kreeg. Elkaar en elkaars werelden leren begrijpen en samenbrengen kost tijd. En er moest veel gebeuren: van het werven van de sleutelpersonen uit de gemeenschap tot het aanpassen van teksten en presentaties.

Wat kun je wel en niet zeggen?

‘Onze presentaties bleken veel te feitelijk’, vertelt De Zeeuw. ‘Meerdere avonden hebben we samen gesleuteld aan de teksten: welke woorden je kiest is ontzettend belangrijk. Wat kun je wel en niet zeggen? Transmissie van het virus gaat via seksueel contact, maar dat moest niet de kern van de boodschap zijn.’ El Battioui vult aan: ‘dan denken Marokkaanse en Turkse vrouwen gelijk: dan is de vaccinatie niet nodig, want onze dochters hebben geen seks voor het huwelijk’. Dat de campagne nu benadrukt dat  HPV-vaccinatie beschermt tegen zes verschillende vormen van kanker werkt veel beter.

'Jongere sleutelpersonen benoemden dat de moeders misschien een verkeerd beeld van hun dochters hadden. Denk terug aan vroeger, zeiden ze. Jullie deden toch ook wel eens dingen waar je ouders niet van wisten?’

Toch zijn het uiteindelijk de sleutelpersonen uit de gemeenschap die het verschil maken. ‘We hebben meerdere kleinschalige bijeenkomsten georganiseerd, in een vertrouwde omgeving en met ruimte voor dialoog’, vertelt De Zeeuw. De sleutelpersonen maakten ook moeilijke thema’s bespreekbaar. ‘Bijvoorbeeld dat je ook besmet kunt raken als de partner van jouw dochter al wel seks heeft gehad’, zegt El Battioui. ‘Maar jongere sleutelpersonen benoemden ook dat de moeders misschien een verkeerd beeld van hun dochters hadden. Denk terug aan vroeger, zeiden ze. Jullie deden toch ook wel eens dingen waar je ouders niet van wisten?’ ‘Van een Nederlandse vrouw of arts hadden ze zo’n boodschap nooit aangenomen’, zegt Trang.

Grotere bereidheid kind te laten vaccineren

En zo hielpen de bijeenkomsten bij Jasmijn en in andere buurtcentra om de denkbeelden van de Turkse en Marokkaanse moeders over HPV-vaccinatie bij te stellen. Met uiteindelijk als doel dat ze ervoor open zouden staan om hun kind te laten vaccineren. Om dit te meten kregen de aanwezigen voorafgaand aan een bijeenkomst een vragenlijst over hun kennis van HPV-vaccinatie en of zij hun kind willen vaccineren. Vervolgens werd na afloop gevraagd wat ze van de bijeenkomst vonden en of ze er nu anders over dachten. ‘Hieruit bleek dat zij door de bijeenkomst betere kennis hadden over de voordelen van HPV-vaccinatie en dat de bereidheid om hun kind te laten vaccineren was toegenomen’, zegt De Zeeuw.

‘Deelnemers waren positief, maar ook geschrokken’, zegt El Battioui. ‘Waarom heb ik eerder niet om meer informatie gevraagd en waarom ben ik eerder niet beter voorgelicht? En sommigen baalden dat ze nu pas de juiste kennis hadden, omdat hun dochter inmiddels ouder dan 18 is en de HPV-vaccinatie dus niet meer gratis is.’

V.l.n.r. Janine de Zeeuw, Lam Trang en Saïda el Battioui.

Goed voorbeeld doet volgen?

Het onderzoek laat zien dat samenwerking met sleutelpersonen effectief is en essentieel is om tot interventies te komen die goed aansluiten bij de doelgroep. Dit zou breder opgepakt moeten worden en structureel worden ingebed om de vaccinatiegraad te verhogen, stellen De Zeeuw en Trang. Ook de doelgroep is enthousiast. Veel Marokkaanse en Turkse vrouwen gaven aan dat ze hopen dat er vaker dit soort voorlichtingssessies komen, weet El Battioui. ‘Nieuwkomers missen veel informatie doordat het niet goed bij hen aansluit. Dit project laat zien hoe het wél moet: veel organisaties kunnen hier een voorbeeld aan nemen.’ 

Over de HPV-vaccinatie 

De HPV-vaccinatie beschermt tegen het Humaan Papillomavirus (HPV), de veroorzaker van verschillende vormen van kanker (waaronder baarmoederhals-, keel-, en anuskanker) en genitale wratten. De vaccinatie is onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma en is gratis voor kinderen van 10 tot 18 jaar.