Diëtisten Janieck Veenstra (links) en Janita van der Spek-Postma (rechts) meten het energieverbruik in rust met behulp van indirecte calorimetrie

Hoe weten diëtisten in het UMCG welke voeding bij een patiënt past?

Twee mensen met hetzelfde gewicht kunnen een totaal andere voedingsbehoefte hebben. Toch wordt voedingsadvies nog vaak gekoppeld aan BMI of kilo’s. In het UMCG kijken diëtisten verder dan alleen het getal op de weegschaal. Op de Nutritional Assessment Poli onderzoeken ze hoe het lichaam er werkelijk voor staat en wat dat betekent voor een behandeling.

Op de Nutritional Assessment Poli (NA-poli) brengen diëtisten in kaart hoe een lichaam functioneert. Ze meten bijvoorbeeld hoeveel energie iemand in rust verbruikt, hoe de verhouding tussen spier- en vetmassa is en hoe het is gesteld met de spierkracht. 

Diëtisten Janita van der Spek-Postma en Janieck Veenstra zijn nauw betrokken bij deze vrij nieuwe poli. Janita werkt al jaren in het UMCG, onder meer op de cardiologie en thoraxchirurgie, en speelde een rol in de ontwikkeling van de NA-poli. Janieck is diëtist bij kindergeneeskunde en deed al tijdens zijn studie veel metingen op deze plek. Samen met collega’s zetten zij de NA-poli in binnen verschillende zorgtrajecten. Bijvoorbeeld sinds kort in het traject rondom harttransplantatie of een steunhart, waar patiënten vanaf de screeningsopname tot na transplantatie gemeten worden om veranderingen van behoefte en lichaamssamenstelling te kunnen volgen.

'Soms zie je dat iemand niet aankomt, terwijl diegene al meer eet. Dan is verder onderzoek nodig.'

Kijken naar het totaalplaatje

Niet iedere patiënt in het UMCG komt zomaar op de NA-poli terecht. Vaak verwijst een diëtist iemand door, bijvoorbeeld bij een grote operatie, zorgen over ondervoeding of spierverlies, of bij complexe trajecten zoals een transplantatie. ‘Onderzoek op de NA-poli doen we vooral als we nog niet goed kunnen verklaren wat er in het lichaam gebeurt,’ legt Janieck uit. ‘Dan geven metingen net dat extra inzicht dat je nodig hebt.’ 

Welke onderzoeken precies nodig zijn, verschilt per patiënt: soms is één test al voldoende, in andere gevallen worden meerdere metingen gecombineerd. Er wordt daarbij nooit alleen gekeken naar wat iemand eet of weegt, maar juist naar het geheel eromheen. Is iemand ziek geweest? Hoe gaat het bewegen? Lukt het om boodschappen te doen en te koken?

Diëtisten Janita van der Spek-Postma (links) en Janieck Veenstra (rechts)

Meten is weten

Misschien heb je zelf weleens je BMI berekend en gedacht: prima, dat zit wel goed. Of juist niet. Dat getal alleen vertelt weinig over wat er ín het lichaam gebeurt. Iemand kan bijvoorbeeld een hoger gewicht hebben, maar weinig spiermassa, of juist andersom. Die verschillen zie je niet altijd aan de buitenkant. Op de poli maken diëtisten die verschillen zichtbaar met verschillende metingen.

Welke metingen worden er gedaan op de Nutritional Assessment Poli?

Op de Nutritional Assessment Poli gebruiken diëtisten verschillende metingen om beter te begrijpen hoe het lichaam functioneert:

Rustenergieverbruik (indirecte calorimetrie)
Hiermee wordt gemeten hoeveel energie het lichaam in rust verbruikt. De patiënt ademt via een kap of mondstuk, waarna wordt berekend hoeveel zuurstof wordt opgenomen en koolstofdioxide wordt uitgeademd. Dat komt doordat het lichaam zuurstof gebruikt om voedingsstoffen te verbranden, waarbij energie vrijkomt en koolstofdioxide ontstaat. Daarnaast wordt met een bewegingsmeter (actometer) gekeken hoeveel iemand beweegt.

Lichaamssamenstelling (bio-elektrische impedantie)
Met een zwak elektrisch stroompje wordt gemeten hoeveel spiermassa, vetmassa en vocht iemand heeft. Dat geeft inzicht in hoe het lichaam is opgebouwd en of er bijvoorbeeld sprake is van spierverlies. Die informatie helpt om te bepalen wat iemand nodig heeft voor herstel.

Spierkracht (handknijpkracht)
Met een handdynamometer wordt gemeten hoe sterk de spieren zijn. Spierkracht is een belangrijke indicator voor de algehele conditie en het herstelvermogen van het lichaam.

Samen geven deze metingen meer houvast voor het voedingsadvies.

Diëtist Janita laat zien hoe indirecte calorimetriemeting in zijn werk gaat

Van meting naar voedingsadvies

De uitkomsten van de metingen op de NA-poli helpen diëtisten om het bestaande voedingsadvies verder te verfijnen. Vaak is er al een plan, maar niet altijd is meteen duidelijk waarom iemand bijvoorbeeld blijft afvallen of minder goed herstelt. Janita: ‘Soms zie je dat iemand niet aankomt, terwijl je de voeding al hebt opgehoogd. Dan blijkt uit de meting dat de energiebehoefte hoger ligt dan gedacht. En dan weet je ook dat het plan moet worden bijgesteld, en in welke richting.’

De metingen geven zo richting aan het vervolg van de behandeling. Diëtisten bepalen of iemand meer energie of eiwitten nodig heeft en passen het voedingsadvies daarop aan. Dat kan betekenen dat iemand meer moet eten, voeding anders over de dag moet verdelen of extra ondersteuning krijgt. Het aangepaste advies wordt afgestemd met de afdeling en maakt zo onderdeel uit van het behandelplan van de patiënt.

Niet wat moet, maar wat lukt

Het bepalen van de juiste hoeveelheden is maar een deel van het werk. Minstens zo belangrijk is hoe dat advies past in het dagelijks leven van de patiënt. ‘Je kunt wel berekenen dat iemand 300 kilocalorieën extra nodig heeft,’ zegt Janita, ‘maar als dat voor iemand niet haalbaar is, moeten we kijken wat wél lukt.’ Daarom wordt een voedingsplan afgestemd op wat iemand al eet en wat binnen iemands situatie past. Dat vraagt vaak om kleine, haalbare aanpassingen in plaats van grote veranderingen. Volgens de diëtisten leeft er bij sommige mensen nog het beeld dat een diëtist vooral vertelt wat je niet meer mag eten. In de praktijk draait het juist om het tegenovergestelde: kijken wat wél kan en wat iemand volhoudt.

'Een advies moet niet alleen kloppen, maar ook passen bij wat iemand kan eten en volhouden.'

Meten als hulpmiddel, niet als doel

De kracht van de Nutritional Assessment Poli zit in het combineren van verschillende soorten informatie. Metingen geven waardevolle informatie, maar krijgen pas betekenis in combinatie met wat diëtisten zien en horen in het gesprek met de patiënt. Diëtisten leggen de resultaten naast hun klinische blik en het verhaal van de patiënt, en gebruiken die combinatie om tot een passend advies te komen. Ook met die extra gegevens blijft het deels een benadering. Janita: ‘Het zijn nog steeds indirecte metingen. Je kunt niet alles exact meten. Maar je krijgt wel een veel beter beeld van wat er speelt.’

Een plek in ontwikkeling

De Nutritional Assessment Poli draait momenteel als pilot binnen het UMCG. De metingen worden zowel poliklinisch als op de afdeling ingezet. Tegelijkertijd zoeken diëtisten nog naar de beste manier om de poli structureel in te bedden in de zorg en te bepalen wanneer meten echt van meerwaarde is. Wat al wel duidelijk is: met deze inzichten kunnen diëtisten hun advies veel preciezer afstemmen op wat een patiënt écht nodig heeft.

#hoedan

In de rubriek #hoedan geven we antwoorden op vragen die je altijd al had, of waarvan je niet eens wist dat je ze had. Elke acht weken trakteren we je op een nieuw inzicht.