U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
Dit leverde de zwemactie van Maarten van der Weijden op voor leukemieonderzoek
Door: Marjolein te Winkel, Nienke Eilander
Leestijd: 4 min.
Maarten van der Weijden zwemt deze week 270 kilometer vanuit zijn woonplaats Vught langs 22 steden om geld op te halen voor onderzoek naar de gevolgen van kinderkanker. Met zijn eerste grote zwemactie in 2018 haalde hij al 5 miljoen euro op voor kankeronderzoek. Ruim een half miljoen daarvan ging naar het UMCG, waar hoogleraar experimentele hematologie Jan Jacob Schuringa onderzoekt hoe acute myeloïde leukemie (AML) gerichter behandeld kan worden.
De noodzaak voor meer onderzoek naar AML is groot. Gemiddeld leeft slechts 25 procent van de patiënten vijf jaar na de behandeling nog. ‘Dat is echt onvoldoende, en daar moeten we wat aan doen’, vertelt Schuringa. Tegelijkertijd wordt al tientallen jaren onderzoek gedaan naar de ziekte. ‘Waarom lukte het tot nu toe niet om tot betere behandelingen te komen? Daarin zijn de afgelopen tien jaar grote stappen gezet. We begrijpen nu veel beter wat de behandeling zo lastig maakt.’
'Deze ziekte is bij iedere patiënt anders. Dat maakt AML zo moeilijk te behandelen.'
Iedere patiënt is anders
AML ontstaat door mutaties: foutjes in het DNA. Er zijn 200 mutaties in meer dan 50 genen bekend die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van AML. ‘Maar niet iedere patiënt heeft dezelfde mutaties. Van die 200 mutaties heeft een patiënt er een stuk of vier, vijf, soms zes. Sommige komen vaker voor, andere zijn zeldzaam. De mutaties ontstaan bovendien stapsgewijs, over vele jaren. Er is dus niet één mutatie die bij alle patiënten voorkomt. Kortom: deze ziekte is bij iedere patiënt anders, en dat maakt de behandeling heel lastig.’
Hoogleraar Jan Jacob Schuringa in het lab.
Stap voor stap begrijpen wat er misgaat
Om tot gerichte behandelingen te komen, is het belangrijk om niet alleen te weten welke mutaties een patiënt heeft, maar ook welke processen in de cel daardoor worden verstoord.
Daarvoor gebruikt Schuringa met zijn team patiëntmateriaal. Bij het stellen van de diagnose wordt beenmerg en bloed afgenomen. Met toestemming van de patiënt kan een deel daarvan ook voor onderzoek worden gebruikt. ‘Dat materiaal is ontzettend waardevol voor onze studies. Maar we zien daarin vooral hoe een leukemiecel er uiteindelijk uitziet. In de jaren daarvoor hebben zich verschillende veranderingen in de cel voorgedaan. Dan is moeilijk te bepalen welke verandering welk effect heeft gehad.’
Leukemie nabootsen in het lab
Om dat beter te kunnen onderzoeken, bouwden Schuringa en zijn team met behulp van onder andere de CRISPR-Cas9-techniek specifieke mutaties in normale bloedvormende stamcellen. Zo konden ze het ontstaan van leukemie stap voor stap nabootsen en onderzoeken welke processen en moleculen daarbij een rol spelen.
Leukemiecellen gericht herkennen
Ook het onderscheid tussen leukemiecellen en gezonde cellen is de afgelopen tien jaar veel duidelijker geworden. ‘We hebben nu behoorlijk goed in kaart welke unieke eiwitten aan de buitenkant van een leukemiecel kunnen zitten en niet op normale bloedcellen.’ Er zijn inmiddels meer dan vijftig van zulke eiwitten bekend. Welke daarvan als biomarker, een herkenningspunt voor leukemiecellen, bruikbaar zijn, verschilt per patiënt.
Jan Jacob Schuringa en onderzoeksteamlid Bauke de Boer in het lab.
Deze kennis maakt het mogelijk om specifieke leukemiecellen op te sporen, bijvoorbeeld of er na een behandeling nog zieke cellen zijn achtergebleven. Ook biedt het aanknopingspunten voor gerichte behandelingen, bijvoorbeeld door medicijnen te koppelen aan antilichamen die deze leukemie-specifieke eiwitten herkennen.
'Hoe beter we begrijpen wat er misgaat in een leukemiecel, hoe gerichter we uiteindelijk kunnen behandelen.'
Steeds gerichter behandelen
Tot nu toe worden AML-patiënten meestal behandeld met chemotherapie, soms in combinatie met een stamceltransplantatie. Chemotherapie maakt echter geen onderscheid tussen kankercellen en gezonde cellen en kan daardoor veel bijwerkingen veroorzaken.
‘Door ons verbeterde inzicht in het ontstaan van leukemie kunnen we nu tot betere en specifiekere behandelingen komen’, zegt Schuringa. ‘Targeted therapy noemen we dat: gerichte therapie. Daarbij grijpen medicijnen specifiek aan op een mutatie of op het proces dat daardoor verstoord wordt.’
Steeds meer van deze gerichte behandelingen komen beschikbaar. ‘Helaas zijn er nog lang niet voor alle 200 mutaties zulke therapieën. Maar ons onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten waarmee we hopelijk snel grote stappen kunnen zetten.’
Maarten van der Weijden zwemt de Elfstedentocht in 2018. Foto: Eize Hoekstra.
Meer dan geld voor onderzoek
Voor Schuringa zit de waarde van een actie als die van Van der Weijden dan ook niet alleen in het geld dat onderzoek mogelijk maakt. ‘Het helpt ook om aandacht te vragen voor ziekten waarvoor nog veel onderzoek nodig is. Dat mensen weten dat onderzoek tijd kost en dat fundamenteel onderzoek daarbij onmisbaar is.’
Want voordat een nieuwe behandeling bij patiënten beschikbaar komt, is eerst kennis nodig over wat er precies misgaat. ‘Hoe beter we begrijpen wat er gebeurt, hoe beter we kunnen zoeken naar oplossingen. Uiteindelijk doen we dat met één doel: ervoor zorgen dat we meer mensen met leukemie kunnen helpen.’