Aerosolen met virusdeeltjes komen in ongeventileerde ruimte verder dan anderhalve meter

​Kan het coronavirus zich verspreiden via aerosolen, kleine vochtdruppels in de lucht? Dat onderzocht Mariëtte Lokate van de afdeling medische microbiologie & infectiepreventie van het UMCG het afgelopen jaar.
aerosolen

Om maar meteen met het positieve nieuws te beginnen: Lokate en haar collega’s hebben in meerdere metingen met besmette personen virusdeeltjes gevonden. Uit de kweek die ze vervolgens van de gevonden virussen maakten, bleek dat het om ‘levend’ virus ging: virus dat een infectie kan veroorzaken.

Dat ‘positieve’ nieuws is geen goed nieuws: het onderzoek toont aan dat in een afgesloten, ongeventileerde ruimte het virus via die piepkleine vochtdruppeltjes een flinke afstand kan overbruggen - meer dan de inmiddels overbekende anderhalve meter.

En het is niet zo dat ze de deelnemers aan haar onderzoek heeft laten schreeuwen, zingen of lachen. Nee, ze zaten aan tafel en lazen tien minuten lang voor uit het boek Langzaam, zo snel als zij konden van Toon Tellegen.

Lucht opzuigen met de airsampler

Aan de overkant van de tafel, 2.20 meter verwijderd van de voorlezer, zat Lokate met een airsampler, een apparaat dat lucht opzuigt en de kleinste deeltjes in de opgezogen lucht in een vloeistof opvangt, die vervolgens getest wordt op de aanwezigheid van het virus.

De deelnemers aan dit onderzoek waren medewerkers van het UMCG die besmet waren met het coronavirus en niet langer dan zes dagen klachten hadden. Dat aantal dagen is belangrijk, want hoe langer iemand klachten heeft, hoe minder besmettelijk diegene is. Sterker nog: een besmet persoon is de dag na de eerste klachten waarschijnlijk op de piek van zijn of haar besmettelijkheid. En dat hoeven niet meteen heel ernstige klachten te zijn. Dat is een van de redenen dat dit kon uitgroeien tot een pandemie, legt Lokate uit: “Je kunt, zonder dat je het doorhebt, anderen besmetten.”

Twee kamers

Ook de omstandigheden in een ruimte lijken van belang bij het overdragen van een virus. Daarom richtte Lokate twee verschillende kamers in waar zij haar deelnemers aan de Toon Tellegen-voorleesproef onderwierp. In de ene ruimte was het 23 graden. In de andere was het 15 graden met een hoge  luchtvochtigheid, vanwege het vermoeden - dat voortkomt uit de vele besmettingen in slachthuizen - dat het virus in een koude ruimte beter gedijt.

Dan de resultaten. Van de 52 metingen in de twee kamers waren er 14 positief; dat is iets meer dan een kwart van de metingen. Van die 14 positieve metingen waren er 5 in de 23-graden-ruimte gedaan, en 9 in die van 15 graden. Dat is niet genoeg om het vermoeden dat het virus in een koude ruimte beter gedijt te bevestigen, daarvoor is het verschil niet groot genoeg en zijn er niet genoeg metingen uitgevoerd. Maar, zegt Lokate: “Dit neigt er wel naar dat de omstandigheden in een ruimte verschil kunnen maken in het overdragen van virus via aerosolen”.

Samenwerking met het RIVM

Lokates studie geeft geen antwoord op de vraag of de gevonden hoeveelheid virus in de vochtdruppeltjes genoeg is om mensen mee te besmetten. “Om daar achter te komen, moet je weten hoeveel virus daar voor nodig is. Daar wordt in Groot Brittannië onderzoek naar gedaan.

Lokate gaat, in samenwerking met het RIVM, nieuwe luchtmetingen doen. Voorlezen uit Toon Tellegen is er dan niet bij; deze keer wil ze mensen langere tijd (meer dan tien minuten) in de ongeventileerde ruimte houden, en ze onder meer laten zingen en schreeuwen.