‘Ik zie volop kansen voor het gebruik van AI in de psychiatrie. Zo zou een zorgvuldig ontwikkelde chatbot zo gemaakt kunnen worden dat die zich kan aanpassen aan verschillende culturen. Wij mensen hebben allemaal onze eigen achtergrond, cultuur en bagage. Dat geldt voor patiënten, maar ook voor behandelaars. We sluiten niet vanzelfsprekend altijd goed aan bij iemand met een heel andere achtergrond of culturele context. Met een chatbot kan dat mogelijk wel
Mijn vakgebied heeft ook echt de technische ontwikkeling nodig, want de psychiatrie is op de huidige manier niet houdbaar. Er moet iets veranderen aan de lange wachtlijsten, zonder dat dat ten koste gaat van de hulp aan onze patiënten. Bovendien zou ik graag zien dat patiënten zelfstandiger worden en meer zelf kunnen doen binnen hun behandeling. Ook daarin kan AI een rol spelen.
Nog niet veilig genoeg
Maar zo ver zijn we nog niet. Op dit moment zeg ik nog heel nadrukkelijk tegen mijn collega’s: gebruik geen commerciële, openbare taalmodellen zoals ChatGPT tijdens behandelingen. Ze zijn nog niet veilig genoeg, en nog niet goed genoeg.
Zo hebben de chatbots zoals ze nu zijn nogal de neiging om je gelijk te geven. Dat voelt prettig, maar dat kan in de psychiatrie juist gevaarlijk zijn. Als iemand beginnende wanen heeft, bijvoorbeeld het idee dat hij een bijzondere taak in de wereld heeft of dat er een complot tegen hem gaande is, en hij gaat daar vragen over stellen, dan worden die ideeën soms juist bevestigd of aangemoedigd. Daardoor kunnen ze steeds verder worden uitvergroot.
Vooral mensen die daar gevoelig voor zijn en sociaal geïsoleerd zijn, kunnen veel tijd met zo’n chatbot doorbrengen. Zo’n gesprek houdt immers nooit op. Je kunt als het ware in een fuik terechtkomen waar je moeilijk weer uitkomt.
Samen met de patiënt
Tegelijkertijd merken we wel dat patiënten er zelf al gebruik van maken. Een half jaar geleden liet een enquête van de patiëntenorganisatie MIND zien dat ongeveer veertig procent van de respondenten ChatGPT of een andere chatbot gebruikte. We gaan dus heel snel naar een situatie waarin bijna iedereen thuis zulke systemen gebruikt. Laatst had ik bijvoorbeeld een jonge vrouw die door haar medicatie behoorlijk was aangekomen. Met behulp van ChatGPT had ze een voedings- en dieetplan opgesteld. Toen zei ik: “Laten we daar samen eens naar kijken”. Zo kun je AI ook gebruiken: als hulpmiddel om samen informatie te verkennen.
Ik doe dit onderzoek niet omdat ik technologie zo fascinerend vind, maar omdat ik hoop dat het kan helpen om het leven van mensen met ernstige psychische klachten een beetje beter te maken.
En ik hoor van patiënten dat ze ook voor coaching, counseling en ondersteuning met een chatbot praten, en dat ze zich gesteund voelen. Ze ervaren begrip en hebben het gevoel dat er empathisch op hen wordt gereageerd. Dat is eigenlijk best verrassend: hoe goed dat nu al kan. Daarbij zeg ik wel altijd dat mensen geen privacygevoelige informatie moeten invoeren. Anders loop je onnodige risico’s. Daarom vind ik dat we juist moeten onderzoeken hoe we AI veilig kunnen inzetten.
Stap voor stap
Ik ontwikkel een behandeltool die een deel van de sessies kan ondersteunen. Daarvoor gebruik ik bestaande taalmodellen, die worden getraind met hoogwaardige, volledig geanonimiseerde behandeldata. Vervolgens wordt het systeem stap voor stap verfijnd.
We beginnen daarbij met relatief eenvoudige toepassingen, zoals psycho-educatie: uitleg geven over een aandoening en de behandeling. Dat lijkt eenvoudig, maar zelfs daar blijkt maatwerk nodig. Stel dat iemand met een psychose vragen stelt over achterdocht of paranoia. Een systeem dat alleen gebaseerd is op richtlijnen zal meteen zeggen: “Nee, wat je denkt klopt niet”. Feitelijk is dat misschien juist, maar therapeutisch werkt het helemaal niet. Je verliest die persoon direct, omdat hij denkt: mijn behandelaar begrijpt mij niet.
Mensen echt helpen
Juist daarom vraagt dit ontzettend veel maatwerk. Je moet heel zorgvuldig nadenken over hoe je zo'n systeem opbouwt, met goede data en samen met verschillende groepen: mensen die verstand hebben van de techniek, behandelaars en ervaringsdeskundigen. Alleen zo kun je iets bouwen dat mensen echt kan helpen.
Dat is uiteindelijk de reden waarom ik dit onderzoek doe, en waarom ik dit werk belangrijk vind. Niet omdat ik technologie zo fascinerend vind, maar omdat ik hoop dat het kan helpen om het leven van mensen met ernstige psychische klachten een beetje beter te maken.’