Verwijdering van stolsel bij acuut hartinfarct leidt tot betere 1-jaars prognose

Het verwijderen van stolsel bij een acuut hartinfarct leidt tot een betere 1-jaars prognose. Dit blijkt uit vervolgonderzoek naar de klinische effecten van trombus aspiratie door de afdelingen Cardiologie en Pathologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Zij publiceren daarover deze week in het gerenommeerde medisch tijdschrift The Lancet.

Cardiologen en pathologen van het UMCG hebben ruim twee jaar lang onderzoek gedaan naar de vraag of het verwijderen van stolsel met een thrombus-aspiratie katheter tot minder hartschade leidt. Bij thrombus aspiratie wordt geprobeerd stolsel dat bij een acuut hartinfarct in het kransslagvat ontstaat door een dun slangetje weg te zuigen. In het onderzoek werd het effect van trombus aspiratie op de bloeddoorstroming bij 1071 patiënten met een acuut hartinfarct onderzocht.

De eerste resultaten van deze studie (op 7 februari 2008 gepubliceerd in The New England Journal of Medicine) lieten al zien, dat patiënten die behandeld werden met trombus aspiratie een betere doorbloeding van de hartspier hadden dan patiënten die de standaardbehandeling hadden ondergaan. Het was echter nog onduidelijk, of deze verbeterde doorbloeding van de hartspier ook zou leiden tot een beter klinisch resultaat.

Minder cardiale sterfte

De onderzoekers hebben nu, ruim een jaar na het afronden van het onderzoek, onderzocht of de verbetering in de hartspierdoorbloeding door trombus aspiratie zich vertaalt naar minder cardiale sterfte en recidief hartinfarcten. De incidentie van cardiale sterfte na een jaar bleek significant lager in de groep met trombus aspiratie (3.6%) dan in de groep, die alleen de standaardbehandeling had ondergaan (6.7%). Tevens kwamen er minder recidief hartinfarcten voor in de trombus aspiratie groep. Op basis van deze gegevens kan geconcludeerd worden, dat trombus aspiratie leidt tot een betere 1-jaars prognose van een acuut hartinfarct.

Hiermee zijn de Groningse onderzoekers, ook internationaal gezien, de eersten, die de effectiviteit van trombus aspiratie aantonen. Op basis van deze onderzoeksresultaten zullen cardiologen in binnen- en buitenland de behandeling met trombus aspiratie waarschijnlijk vaker gaan toepassen.

Acuut hartinfarct

Een acuut hartinfarct ontstaat door het scheuren van een atheroscletische plaque (aderverkalking) in een kransslagvat. Op de plek waar de plaque is gebroken ontstaat direct een stolsel (trombus) dat het kransslagvat volledig afsluit. Hierdoor krijgt (een deel van) de hartspier geen zuurstof meer en sterft af. Snel herstel van de bloeddoorstroming is essentieel voor de overleving van het hartspierweefsel.

De standaardbehandeling voor een patiënt met een acuut hartinfarct is een dotterbehandeling, waarbij het afgesloten kransslagvat met een ballon wordt opengemaakt. Daarna wordt er een stent geplaatst om het kransslagvat open te houden. Als complicatie kan echter tijdens het openmaken van het vat en het plaatsen van een stent de trombus verplaatst worden en stroomafwaarts in het vaatstelsel de bloeddoorstroming naar de hartspier blokkeren. Verwijdering van de trombus aan het begin van de dotterbehandeling kan dit mogelijk voorkomen.
Bij trombus aspiratie wordt geprobeerd de trombus in het kransslagvat door een dunne katheter weg te zuigen. Na trombus aspiratie is het vaak niet meer nodig om het vat open te maken met een ballon en kan er direct een stent geplaatst worden.