UMCG leidt onderzoek naar precieze werking van bewegen op leerprestaties

Een multidisciplinair team van onderzoekers gaat de precieze relatie tussen bewegen en schoolprestaties uitdiepen. Het onderzoek staat onder leiding van bewegingswetenschappers Esther Hartman en Chris Visscher van het UMCG/RUG. Zij ontvangen daarvoor van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een subsidie van € 425.000. Het onderzoek en de inzichten die de studie oplevert moeten leiden tot aanbevelingen voor beleid en tot handreikingen voor de onderwijspraktijk.

Uit eerder onderzoek is al bekend dat sport en bewegen op school positieve effecten hebben op onder meer de hersenstructuur van kinderen, en op hun executieve functies zoals werkgeheugen en planningsvaardigheden. Maar hoe beïnvloeden sport en bewegen hun schoolprestaties precies? En áls er een causaal verband is, wat zijn daarbij dan de bepalende factoren? Het onderzoek richt zich vooral op de vraag welk type bewegingsactiviteit het meest effectief is en hoe vaak, hoe lang en hoe intensief je kinderen moet laten bewegen als je schoolprestaties wilt verbeteren met behulp van beweging?

Dit veelomvattende vraagstuk wordt drie jaar lang onderzocht door onderzoekers met uiteenlopende expertise. Het onderzoek staat onder leiding van de bewegingswetenschappers van het UMCG. Verder doen onderwijskundigen van de Rijksuniversiteit Groningen, pedagogen en neuro- en ontwikkelingspsychologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen en het Cito mee aan het onderzoek.

Het onderzoek omvat onder meer een literatuurstudie en een analyse van bestaande databestanden. Ook zullen de onderzoekers op 24 basisscholen verschillende interventies testen, waarbij vakleerkrachten bewegingsonderwijs een belangrijke rol spelen.

Het onderzoek gaat in totaal drie jaar duren. In november 2015 worden de eerste resultaten al gepresenteerd.