UMCG gaat uitstrijkjes onderzoeken op HPV-virus

Het UMCG is door het RIVM aangewezen om alle uitstrijkjes van vrouwen uit de noordelijke helft van Nederland te onderzoeken op de aanwezigheid van het humane papillomavirus (HPV). Het vijfjaarlijkse bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, het 'uitstrijkje', gaat namelijk veranderen. Vanaf 1 januari 2017 wordt het uitstrijkje eerst getest op hoog risicotypen van het humane papillomavirus (HPV).

Alle uitstrijkjes van vrouwen uit Groningen, Friesland, Drenthe, IJsselland, de kop van Noord-Holland en een groot deel van Flevoland worden daartoe onderzocht in het laboratorium van de afdelingen Medische Microbiologie en Pathologie van het UMCG. Pas als het DNA van dit virus aangetoond wordt, wordt het uitstrijkje beoordeeld op afwijkende cellen. Als er in een uitstrijkje HPV én afwijkende cellen worden aangetroffen, krijgen vrouwen een doorverwijzing naar de gynaecoloog voor een vervolgonderzoek. Als er in het uitstrijkje wel HPV wordt gevonden maar geen afwijkende cellen, dan worden vrouwen voor de zekerheid zes maanden later weer onderzocht op afwijkende cellen.

Het RIVM heeft uit tientallen laboratoria in Nederland die hebben meegedongen naar de opdracht, vijf gekwalificeerde laboratoria aangewezen die dit onderzoek gaan uitvoeren. Hierbij is vooral gekeken naar de kwaliteit en de expertise die door de laboratoria kan worden geleverd. Om op 1 januari 2017 te kunnen starten met het verwerken van de naar verwachting meer dan 100.000 uitstrijkjes per jaar, is het UMCG direct gestart met de organisatie van deze megaklus. De komende maanden worden er nieuwe apparatuur en ICT-systemen geïnstalleerd,  er worden medewerkers getraind, het transport en de logistiek worden georganiseerd en er worden informatiebijeenkomst voor huisartsen gehouden.

Uitstrijkje

Veel vrouwen (en mannen) raken een keer in hun leven besmet met HPV. Meestal ruimt het lichaam dit virus zelf op, maar soms niet. Dan kan baarmoederhalskanker ontstaan. Door in het verbeterde bevolkingsonderzoek te kijken of in het uitstrijkje HPV aanwezig is, is eerder duidelijk of vrouwen risico lopen op het krijgen van baarmoederhalskanker. Hiermee worden jaarlijkse 75 extra vrouwen opgespoord met (een voorstadium van) baarmoederhalskanker en worden 18 extra sterfgevallen voorkomen.​

Vrouwen die meedoen aan het verbeterde bevolkingsonderzoek worden vanaf 2017 nog steeds uitgenodigd om een uitstrijkje te laten maken bij de huisarts. Het maken van het uitstrijkje gebeurt op dezelfde wijze als voorheen. Zij krijgen wel een andere uitslag: er is wel of geen HPV aangetoond. Geen HPV in een uitstrijkje geeft meer zekerheid dat er binnen 10-15 jaar geen baarmoederhalskanker ontstaat. Vrouwen zonder HPV hoeven daarom minder vaak een uitstrijkje te laten maken.