‘Twee weken na de chemo kon ik weer fulltime aan het werk’

Sporten tijdens de chemotherapie was voor Monique erg belangrijk, zowel fysiek als mentaal.

Op jonge leeftijd - ze was toen 30 jaar - krijgt Monique borstkanker. ‘Gelukkig werd het in een vroeg stadium ontdekt’, vertelt ze aan de telefoon. Na de succesvolle operaties om de kanker weg te halen, volgen twee rondes chemotherapie. Tijdens de tweede ronde, waarbij ze 12 weken lang iedere week op donderdag chemotherapie krijgt, doet ze mee aan het onderzoek naar het belang van sporten tijdens de behandeling.

Programma op maat

Omdat het UMCG ver weg is voor Monique, volgt ze het programma bij een lokale fysiotherapeut. En omdat ze erg van sporten houdt, sport ze gedurende de 12 weken chemotherapie liefst drie keer in de week: op maandag, woensdag en vrijdag. ‘Met name op vrijdag, de dag na de chemotherapie, merkte ik wel dat ik minder energie had’, vertelt Monique. ‘Dan was ik blij dat ik in het weekend kon bijkomen.’ 

Conditie ging zelfs vooruit

Monique deed iedere training een combinatie van cardio- en krachttraining. Het kostte haar meer moeite dan wanneer ze niet ziek was, zeker naarmate de chemo’s steeds meer begonnen in te slaan, maar het hielp wel: tijdens de chemotherapie ging haar conditie er zelfs op vooruit. ‘Het sporten heeft me echt geholpen bij het herstel: twee weken na de laatste chemo kon ik al weer fulltime aan het werk.’

Ga niet bij de pakken neer zitten

Het effect van het sporten was niet alleen fysiek: ook mentaal hielp het Monique om een moeilijke tijd door te komen. ‘De afspraken geven ritme aan je week en dat heeft me enorm geholpen. Als ik niet was gaan sporten had ik veel meer in huis gezeten en was ik waarschijnlijk meer in een neerwaartse spiraal gekomen. Ik denk dat dat voor iedereen die ziek is erg belangrijk is. Ga wandelen, onderneem dingen, ga niet bij de pakken neer zitten. Er is nog zoveel meer dan ziek zijn.’

Monique is niet de echte naam van de patiënt, die vanwege haar beroep liever anoniem blijft.

Lichaamsbeweging tijdens chemotherapie voorkomt vermoeidheid en zorgt voor sneller herstel

Lichaamsbeweging tijdens chemotherapie zorgt voor sneller herstel

Lichaamsbeweging tijdens chemotherapie is veilig, voorkomt vermoeidheid en zorgt voor een sneller herstel van de patiënt na afloop van de behandeling. 

Dit blijkt uit onderzoek van Annemiek Walenkamp, medisch oncoloog van het UMCG en collega’s. Zij publiceerden hun afgelopen week in JACC: CardioOncology. De studie is uitgevoerd in samenwerking met verschillende afdelingen in het UMCG en Beatrixoord, het Martini Ziekenhuis en het Ommelander Ziekenhuis Groningen. 

Conditie hart en longen

Hoe goed je hart en longen tijdens langdurige inspanning bloed en zuurstof door het lichaam kunnen pompen, is een maatstaf voor hoe fit iemand is. Dit heet cardiorespiratoire fitheid en wordt gemeten aan de hand van de maximale zuurstofopname (VO2piek). Tijdens de behandeling van kanker daalt de VO2piek soms wel tot 25%. Patiënten zijn vaak minder fit en hebben meer last van vermoeidheid, wat zorgt voor een verminderde kwaliteit van leven.

Positief effect lichaamsbeweging

Het is bewezen dat lichaamsbeweging en sporten een positief effect hebben op de gezondheid van patiënten. Sporten wordt in verband gebracht met een verhoogde cardiorespiratoire conditie, een verbeterde VO2-piek en een afname van cardiovasculaire morbiditeit, kankersterfte en algemene mortaliteit. ‘Het voordeel van lichaamsbeweging voor kankerpatiënten wordt algemeen erkend. Tot nu toe was er echter onvoldoende bewijs voor de optimale timing van sporten voor het verbeteren van de cardiorespiratoire conditie op lange termijn bij patiënten met kanker’, zegt Annemiek Walenkamp.

Bewegen tijdens of na chemotherapie? 

Samen met haar collega’s onderzocht Walenkamp het effect van sporten tijdens chemotherapie in vergelijking met sporten ná de behandeling. Volwassen patiënten bij wie onlangs borstkanker, darmkanker, teelbalkanker of B-cel non-Hodgkin lymfoom was vastgesteld en een in opzet genezende chemotherapeutische behandeling gepland stond, kwamen in aanmerking voor de studie. Alle patiënten volgden een programma van 24 weken: 12 weken begeleid en 12 weken thuis. Het sportprogramma werd op maat gemaakt per patiënt, en bestond uit trainingen op de loopband of indoorfiets, krachttraining en spelsport zoals voetbal, hockey of badminton. 

De onderzoekers ontdekten dat de groep, die tijdens de chemotherapie begon met sporten, direct na de chemotherapie al minder last had van vermoeidheid, lichamelijk actiever was, minder achteruitging in VO2piek had, en meer spierkracht. Dit resulteert in een betere kwaliteit van leven. Drie maanden na de chemotherapie vertoonde de groep die na de behandeling begon te sporten vergelijkbare waarden als de groep die tijdens de behandeling sportte. Beide groepen waren een jaar na afloop van de sportinterventie, ongeacht de timing, terug op hun oude conditieniveau.

Boodschap aan zorgverleners

‘Deze bevindingen suggereren dat het het beste is om al tijdens de chemotherapie te starten met sporten, omdat het de patiënt helpt bij een sneller herstel. Als dat om wat voor reden dan ook niet kan, dan is het starten met sporten na de chemotherapie op de lange termijn echter net zo succesvol’, aldus Walenkamp. ‘We hopen dat onze bevindingen zorgverleners overtuigen om patiënten te motiveren en verwijzen om te sporten tijdens de behandeling van kanker.’