Onstekingsremmer als mogelijk medicijn bij agressieve kankers

UMCG-onderzoeker Floris Foijer en zijn team hebben ontdekt dat een bestaande ontstekingsremmer de groei van chromosomaal instabiele kankercellen remt. Zij ontdekten dit doordat zij een biologisch mechanisme hebben ontrafeld dat essentieel is voor de overleving van chromosomaal instabiele kankercellen. Dit zijn kankercellen met veel fouten in hun DNA.

De signaalstof IL-6 blijkt een cruciale rol te spelen in de overleving van instabiele kankercellen. De onderzoekers ontdekten dat een bestaande ontstekingsremmer, tocilizumab, dat de signaalstof IL-6 blokkeert, de groei van chromosomaal instabiele kankercellen remt, zowel in kweekschaaltjes als in muismodellen. Dit houdt in dat deze onstekingsremmer in de toekomst mogelijk als medicijn bij bepaalde kankersoorten ingezet kan worden. Foijer en zijn team voerden dit onderzoek uit in samenwerking met UMCG-onderzoekers Marco de Bruyn en Marcel van Vugt. De resultaten verschenen vandaag in het vooraanstaande tijdschrift Nature.

Overleving instabiele kankercellen

Om te kunnen delen, moeten cellen hun erfelijk materiaal, gecodeerd op de chromosomen, verdubbelen en eerlijk verdelen over twee dochtercellen. Kankercellen maken vaak fouten in dit proces. Dit wordt chromosomale instabiliteit genoemd en leidt tot cellen met een afwijkende hoeveelheid erfelijk materiaal. Gezonde cellen maken zelden dergelijke fouten, en daarmee is chromosomale instabiliteit een eigenschap die kankercellen van gezonde cellen onderscheidt.  Deze eigenschap zorgt voor het evolueren van kankercellen, uitzaaien van kankercellen en is geassocieerd met een slechte prognose voor kankerpatiënten. Chromosomale instabiliteit komt vaak voor bij agressieve kankers, zoals borstkanker. Als gevolg van deze eigenschap wordt er in kankercellen een ontstekingsreactie geactiveerd, maar waarom kankercellen deze ontstekingsreactie activeren en wat hiervan het moleculair mechanisme is, was nog onbekend.

Signaalstof IL-6 essentieel 

Om uit te vinden wat er gebeurt als de ontstekingsreactie wordt gemoduleerd in kankercellen met chromosomale instabiliteit onderzochten Foijer en zijn team de zogenaamde cGAS-STING route in laboratorium gekweekte borstkankercellen. De cGAS-STING route is een biologisch mechanisme in cellen dat zorgt dat het immuunsysteem kan reageren op infecties en de ontwikkeling van kankercellen. Uit de studie van de UMCG-onderzoekers bleek dat de signaalstof IL-6 essentieel voor het overleven van kankercellen met chromosomale instabiliteit. Signaalstoffen zijn stoffen die aangemaakt worden als gevolg van een reactie in de cel, in dit geval chromosomale instabiliteit, en een nieuw proces, bijvoorbeeld celoverleving, aanschakelen. 

Onstekingsremmer bij reuma remt IL-6 

In het onderzoek ontdekte het UMCG-team dat tocilizumab, een bestaande ontstekingsremmer die wordt gegeven bij reuma, de groei van chromosomaal instabiele kankers remt. Dit toonden zij aan in zowel muizen als op het laboratorium gekweekte humane kankercellen.  Op de meeste gezonde cellen had deze onstekingsremmer weinig effect, maar chromosomaal instabiele kankercellen bleken zeer gevoelig hiervoor. Dit biedt uitkomsten voor mogelijke therapieën tegen kanker, omdat je op deze manier heel selectief kankercellen kunt remmen.

Potentieel nieuw medicijn bij agressieve kankers

Chromosomale instabiliteit is een belangrijke eigenschap van kankercellen en zorgt voor een ontstekingsreactie die, door gebruik te maken van de signaalstof IL-6, de kankercellen helpt overleven. Deze uitkomsten bieden daarom mogelijkheden in toekomstige therapieën. Door IL-6 te remmen met tocilizumab kan de groei van agressieve kankers mogelijk worden tegengegaan. Doordat tocilizumab een bestaande onstekingsremmer is die al in de kliniek wordt gebruikt, verwacht Foijer dat deze therapie snel ontwikkeld kan worden als kankermedicijn.  Hij hoopt op korte termijn te kunnen starten met klinische trials naar de werking van tocilizumab in patiënten met kanker. Als het meezit verwacht Foijer de eerste resultaten in patiënten over ongeveer 5 jaar.

Lees de publicatie in Nature hier