Muiterij in het hart

​​​​​​“Onderzoek naar boezemfibrilleren is tegenwoordig booming business.” Woorden van Isabelle van Gelder, cardioloog in het UMCG, die een beurs van vijf miljoen euro kreeg van de Hartstichting. Hiermee gaat ze onderzoek doen bij patiënten met beginnend boezemfibrilleren om beter in te schatten welke patiënten risico lopen en hoe ze behandeld moeten worden. ​

De onwetendheid over boezemfibrilleren is nog vrij groot. “Veel mensen denken dat iemand met hartproblemen ineens dood neer kan vallen”, vertelt Van Gelder. “Maar dat is bij ritmestoornissen in de hartkamers.” Het hart bestaat uit vier holtes waar het bloed in stroomt, de bovenste twee zijn de boezems en de onderste twee de kamers. Bij problemen met de hartkamers wordt het bloed niet meer rondgepompt en kan iemand een hartstilstand krijgen. Bij problemen met de boezems blijft het hart werken. “Boezemfibrilleren is niet direct dodelijk.”

Onregelmatige, versnelde hartslag

Normaal gesproken zorgt het hart via een centrale plek, de sinusknoop, ervoor dat het hart samentrekt. Bij een gezond hart gebeurt dit in een regelmatig ritme. Bij boezemfibrilleren is er sprake van muiterij in het hart. Waar normaal gesproken de sinusknoop de baas is, zijn er opeens veel meer plaatsen in het hart die het hart laten samentrekken. Dat samentrekken gebeurt dan veel vaker en onregelmatiger.

Hierdoor ontstaat een onregelmatige, versnelde hartslag, die voelt als snelle hartkloppingen. Alle patiënten met boezemfibrilleren hebben dit, maar bij een deel van de patiënten begint het boezemfibrilleren opeens en stopt het nooit weer uit zichzelf. Deze patiënten hebben continue boezemfibrilleren. Bij andere patiënten kan het boezemfibrilleren tijdelijk zijn. Dat kan een minuut, een paar uren of zelfs een paar dagen zijn, maar uiteindelijk houdt het weer op. Het hart werkt dan weer norma​al. Deze mensen hebben aanvalsgewijs boezemfibrilleren. “Maar het gaat nooit over”, vertelt Van Gelder. “Eens boezemfibrilleren, altijd boezemfibrilleren.”

Usb-stick

Met de beurs van de Hartstichting gaat Van Gelder de groep patiënten met aanvalsgewijs boezemfibrilleren een aa​ntal jaren volgen. “We kunnen dan onderzoeken bij wie de aandoening wel erger wordt en bij wie niet.” Dit gebeurt met een monitor die onder de huid wordt gebracht en die continue het hartritme meet. “Het is net een klein usb-stickje van nog geen paar lucifers breed”, vertelt Van Gelder, terwijl ze er een foto van laat zien. “Hiermee kunnen we meten hoe vaak het boezemfibrilleren voorkomt.”

​Van Gelder vermoedt dat patiënten die steeds meer aanvallen van boezemfibrilleren hebben, meer risico lopen op een herseninfarct of hartfalen. Om dat te onderzoeken, krijgen patiënten onder andere een bloedonderzoek, een echo van het hart en een CT-scan. “Het zijn veel onderzoeken, maar geen vervelende onderzoeken”, vertelt van Gelder. Bij een aantal patiënten wordt bloed afgenomen op het moment dat boezemfibrilleren net is ontstaan. Het kan namelijk verschil maken of je onderzoek doet precies op het moment van boezemfibrilleren of pas later, als er weer een normaal ritme is. 

Ook wordt er onderzoek gedaan naar de patiënten die een ablatie ondergaan. Bij deze ingreep gaat via de lies een slangetje naar het hart en worden littekens in het hart gemaakt, zodat het boezemfibrilleren stopt. Bij de patiënten die een ablatie krijgen, neemt Van Gelder bloed af in het hart. “Door in het hart bloed af te nemen, hopen we informatie te krijgen waarom boezemfibrilleren bij de een vaker gebeurt dan bij de ander en waarom sommige mensen veel meer complicaties hebben, zoals een herseninfarct of hartfalen.”

Eerder onderzoek van Van Gelder keek vooral naar de behandeling. “Zo weten we dat bij een patiënt met weinig klachten het boezemfibrilleren beter gewoon kan worden geaccepteerd. Ook weten we dat het versnelde hartritme niet helemaal terug hoeft naar een normaal niveau. Iets daarboven is ook goed. Daarnaast sturen we veel patiënten met boezemfibrilleren naar de hartrevalidatie om te gaan sporten en een betere leefstijl aan te leren. Net als de Hartstichting vinden wij een half uur bewegen per dag heel belangrijk.”

C​heck je pols

Hoewel boezemfibrilleren niet direct dodelijk is, is de kans op een herseninfarct wel groter. “Dat is vooral bij ouderen het geval. Die worden binnengebracht met een herseninfarct, maar de oorzaak blijkt boezemfibrilleren”, legt Van Gelder uit. Ouderen hebben vaak niet door dat ze boezemfibrilleren hebben, bijvoorbeeld door medicijnen die ze gebruiken. “Mensen boven de 65 zouden regelmatig hun pols moeten controleren”, vindt Van Gelder. “Door dat zo nu en dan te doen, ontdek je of de hartslag onregelmatig is en kun je eerder ingrijpen met bijvoorbeeld bloedverdunners.”

Van Gelder hoopt met dit onderzoek beter te kunnen bepalen welke complicaties een patiënt krijgt en daar de behandeling op aan te passen. “We richten ons daarmee op persoonlijke therapieën.” Met de huidige richtlijnen krijgt een groot deel van de patiënten met boezemfibrilleren antistollingsmiddelen om de kans op een herseninfarct te verkleinen. Toch zijn het vrij zware middelen die ook veel bijwerkingen hebben, zoals bloedingen. “Met dit onderzoek zouden we de richtlijnen kunnen veranderen. Mensen die nu antistollingsmiddelen krijgen, zijn misschien beter af zonder. En andersom natuurlijk ook.”

Op dit moment doet de onderzoeksgroep van Van Gelder ook experimenteel onderzoek, waarbij nieuwe antistollingsmiddelen worden gebruikt. “We willen onderzoeken of deze middelen ervoor kunnen zorgen dat het boezemfibrilleren minder vaak voorkomt.” Uiteindelijk wil Van Gelder deze antistollingsmiddelen ook graag bij mensen onderzoeken. “Maar dat is voor de toekomst.” De plannen zijn in ieder geval duidelijk: “We zijn nog lang niet klaar.”

​Het hart in beeld​

Het achteraanz​icht van het hart met normale sinusritme. In de rechterboezem zit bovenin de sinusknoop, die de gangmaker van het hart is. Nadat de boezems zijn geactiveerd wordt de activatie op één plaats van boezems naar kamers geleid: de boezemkamerknoop.  

Tijdens boezemfibrileren vindt er zeer snelle activatie plaats van de hartboezems. Via de boezemkamerknoop worden hierdoor de hartkamers te snel en grillig geactiveerd. Dit veroorzaakt klachten zoals snelle, onregelmatige hartkloppingen. ​​


​(Illustraties: Dagblad van het Noorden)