Metaal-op-metaal heupprothese biedt geen voordeel ten opzichte van andere heupprothese

Een metaal-op-metaal heupprothese biedt geen voordelen boven een metaal-op-plastic heupprothese. Dat is opmerkelijk, omdat de metaal-op-metaal heupprothese juist is ontwikkeld als alternatief voor de weinig slijtvaste metaal-op-plastic heupprothese. Ook blijkt de metaal-op-metaal heupprothese door afgifte van metaalionen de botkwaliteit negatief te beïnvloeden. Orthopedisch chirurg Wierd Zijlstra deed zijn bevindingen tijdens onderzoek dat hij in het Martini Ziekenhuis en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) uitvoerde. Zijlstra promoveert op 23 november aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Slijtage

Voor mensen die kampen met ernstige slijtage van het heupgewricht, biedt een totale heupprothese uitkomst. De oorspronkelijk ontwikkelde prothese bestaat uit een metalen kop die beweegt in een plastic (polyethyleen) heupkom. Door belasting en gebruik slijt het plastic. De vrijkomende slijtagedeeltjes tasten het bot aan waardoor de prothese uiteindelijk loslaat en er een revisie operatie nodig is. 

Tien jaar follow-up

Zijlstra heeft als eerste een studie uitgevoerd waarbij gedurende 10 jaar is gekeken naar de verschillen in uitkomst tussen metaal-op-metaal en metaal-op-plastic prothesen. De metaal-op-metaal heupprothese blijkt in dit onderzoek niet beter dan de metaal-op-plastic prothese. De cobalt- en chroom-metaalionen die worden afgegeven door de prothese hebben een nadelige invloed op botcellen, zo blijkt uit laboratoriumonderzoek dat Zijlstra verrichtte. De lange termijn uitkomsten van het onderzoek van Zijlstra zijn verwerkt in  een nieuw advies van de Nederlandse Orthopedische Vereniging (NOV) over heupprothesen. De NOV adviseert terughoudendheid en regelmatige controle bij het gebruik van de metaal-op-metaal heupprothese. 

Grotere koppen

Zijlstra heeft ook onderzoek gedaan naar de grootte van de heupkoppen. Hij vond dat de totale heupprothese met een kop van 48 mm een iets grotere beweeglijkheid biedt voor het heupgewricht. De verschillen met de kleinere koppen van 28 mm waren echter beperkt. Deze grote koppen bieden daardoor wat betreft beweeglijkheid geen voordelen.

Curriculum Vitae

Wierd Zijlstra (Assen, 1972) studeerde Geneeskunde en Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de afdelingen Orthopedie van het Martiniziekenhuis Groningen en het UMCG. De titel van zijn proefschrift is: ‘Metal-on-metal total hip arthroplasty: clinical results, metal ions and bone implications’. Zijlstra verdiepte zich als orthopedisch chirurg in Sydney verder in de heup- en knieprothesiologie en werkt momenteel in Medisch Centrum Leeuwarden.