Langdurig horen van stemmen op jonge leeftijd mogelijk risicofactor voor psychische problemen later

Het horen van stemmen komt voor bij ongeveer één op de tien kinderen van 7 en 8 jaar oud. Psycholoog Agna Bartels van het Universitair Medisch Centrum Groningen concludeert dat de meeste kinderen er nauwelijks last van hebben en dat het veelal vanzelf weer over gaat.

Zij heeft aangetoond dat een aantal factoren, zoals het meemaken van nare gebeurtenissen, ertoe kan leiden dat de stemmen blijven aanhouden of dat waanachtige ideeën ontstaan. Dit is een risicofactor voor het ontwikkelen van psychische problematiek op latere leeftijd. Op 18 mei promoveert Bartels op haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. 

Grote groep kinderen onderzocht

Bartels heeft voor het eerst jongere kinderen, 7- en 8-jarigen, op het horen van stemmen onderzocht. Bij in totaal 3870 kinderen in de provincie Groningen is in 2002/2003 gevonden dat 9% in het voorafgaande jaar wel eens één of meer stemmen had gehoord zonder dat er iemand in de buurt was. Deze kinderen werden vervolgens geïnterviewd over de kenmerken en ernst van hun stem(men). De ouders vulden een vragenlijst in over het gedrag van hun kind. Ook waren gegevens over complicaties tijdens  zwangerschap en geboorte, alsmede vroege ontwikkelingsproblemen beschikbaar. De kinderen die stemmen hoorden werden vergeleken met een controlegroep die overeenkomt qua leeftijd, geslacht en mate van stedelijkheid van woongebied.  In totaal maakten 694 kinderen deel uit van de onderzoeksgroep. 

Platteland versus stad

Het horen van stemmen kwam vaker voor bij plattelandskinderen, maar bij stadskinderen waren ze ernstiger van aard en hadden ze meer impact. Ongeveer 15% van de kinderen die stemmen hoorde had er veel last van en over hen rapporteerden de ouders meer problemen, met name psychosomatische klachten zoals buikpijn of hoofdpijn. Bij vergelijking van de groep kinderen die stemmen hoorde met de controlegroep werden weinig verschillen gevonden in complicaties tijdens de zwangerschap en vroege ontwikkelingsstoornissen. 

Vijf jaar later

Na vijf jaar konden 337 van de oorspronkelijke groep van 694 kinderen opnieuw worden geïnterviewd. De kinderen waren gelijk verdeeld over de groepen met en zonder het horen van stemmen. Net als bij de eerste meting was er tussen jongens en meisjes geen verschil in vóórkomen van dit soort hallucinaties. Bijna een kwart van de kinderen hoorde nog steeds stemmen, terwijl 9% van de controlekinderen deze voor het eerst rapporteerde over de voorgaande vijf jaren. Voorspellend voor het voortduren was het horen van meer dan één stem tijdens de eerste meting en het toeschrijven ervan aan een externe bron. De kinderen die stemmen hoorden tijdens deze tweede meting hadden meer traumatische en stressvolle gebeurtenissen meegemaakt. Ook hadden ze vaker waanachtige ervaringen, meer psychosomatische klachten en meer denkproblemen. Verder werd gevonden dat beter ontwikkelde vaardigheden om emoties of bedoelingen van anderen correct te interpreteren bij kinderen die stemmen horen beschermend werkt tegen de vorming van waanideeën.  

Van alle tijden

Het horen van stemmen is al in de oudheid en in vele culturen beschreven. Het kan bij iedereen voorkomen, ongeacht geslacht, leeftijd, lichamelijke of geestelijke gezondheid, sociale klasse of etnische achtergrond. Wereldwijd wordt er veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van het horen van stemmen, alsmede naar de invloed, behandeling en het beloop ervan. 

Curriculum Vitae

Agna Bartels (Winschoten, 1955) studeerde gezondheidspsychologie aan de Open Universiteit Nederland. Zij voerde haar promotieonderzoek uit bij het Universitair Centrum Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen, bij het Rob Giel Onderzoekcentrum binnen de onderzoeksschool SHARE. Het onderzoek werd gefinancierd door de Stichting Steun VCVGZ, de Stichting Open Ankh, het Bensdorp Fonds, Maastricht University Medical Centre en het Rob Giel Onderzoekcentrum. De titel van het Bartels’ proefschrift luidt “Auditory hallucinations in childhood.” Na haar promotieonderzoek blijft Bartels werkzaam als onderzoeker bij het Universitair Centrum Psychiatrie en tevens bij het Centrum Integrale Psychiatrie van Lentis.