Hoe doceer je excellente studenten?

​Vrijwel alle onderwijsinstellingen bieden tegenwoordig excellentieprogramma's aan. Maar wat is eigenlijk een excellente student? En hoe geef je die het beste les? Daar doen het UMCG, de Hanzehogeschool, de Universiteit Utrecht en Windesheim Zwolle de komende vier jaar onderzoek naar.

Vraag je aan studenten, docenten of algemeen publiek wat een excellente student is, dan krijg je antwoorden als: 'die is heel slim' of 'die is zich zeer bewust van de wereld om zich heen.' 

Maar wie in de literatuur op zoek gaat naar definities en persoonskenmerken van excellente studenten, merkt dat de theoretische kaders elkaar vaak tegenspreken. Tijd voor grondig onderzoek naar excellentie, dachten de twee universitaire en twee HBO-instellingen. Onderzoek bovendien dat meteen iets oplevert voor docenten: een training die ze zelf meehelpen te ontwikkelen.

​Bovenmatig intelligent, doorzettingsvermogen en creatief

Bij excellentie moet je niet alleen denken aan studenten die excellentieprogramma's volgen zoals de Junior Scientific Masterclass​ (JSM) van het UMCG of het Honours College van de Rijksuniversiteit Groningen, zegt Debbie Jaarsma, UMCG-hoogleraar Onderzoek en Innovatie van medisch onderwijs en een van de onderzoekers.

Van excellente studenten weten we dat ze meer behoefte hebben aan vrijheid en minder aansturing. Maar de valkuil voor docenten is dat ze denken dat deze studenten veel zelf kunnen.

"Het zijn bijvoorbeeld ook studenten die een jaar bestuurstaken gaan doen. Bovendien zoeken studenten niet alleen diepgang, maar vaak ook verbreding door bijvoorbeeld een tweede studie te gaan doen. En er zijn studenten die naast hun studie voor familie zorgen of een baan hebben. Zij voldoen allemaal aan de definitie van excellentie die nu meestal gehanteerd wordt: ze hebben doorzettingsvermogen, zijn bovenmatig intelligent en creatief."

​Behoefte aan vrijheid

Daar hebben we dus de definitie voor excellentie die nu veel gebruikt wordt. Toch hebben docenten nog te weinig kaders bij het dagelijks doceren van deze groep. "Van excellente studenten weten we dat ze meer behoefte hebben aan vrijheid en minder aansturing. Maar de valkuil voor docenten is dat ze denken dat deze studenten veel zelf kunnen. De vraag is: hoe doe je recht aan die behoefte aan vrijheid en onderken je de momenten waarop sturing nodig is", legt onderzoeker Joke van der Mark van het UMCG uit. 

Het onderzoeksvoorstel dat het UMCG met de Hanzehogeschool, Windesheim en de Universiteit Utrecht indiende werd vorig jaar door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) gehonoreerd met een flinke subsidie: 625.000 euro. Een groot bedrag voor onderwijskundig onderzoek.

​Wanneer sturing geven?

Het onderzoek van Van der Mark, Jaarsma en Johanna Schönrock draait vooral om structuur en vrijheid. Jaarsma ziet veel parallellen met het begeleiden van promovendi. "Dat zijn ook vaak slimme mensen die iets doen dat moeilijker is dan gemiddeld. Tijdens hun onderzoek zie ik promovendi soms in de kramp schieten, omdat ze het geheel niet meer overzien of te moeilijk vinden. Dan blijken ze toch meer sturing nodig te hebben dan ze kregen."

We hebben jaren energie gestoken in studenten met wie het niet zo goed ging, we zijn vergeten om aandacht te geven aan de studenten die bovenmatig goed zijn. ​

"Omdat excellente studenten vaak in kleine groepen onderwijs krijgen, kunnen docenten goed leren hun kenmerken en hun behoeften te herkennen. Door die kenmerken te onderzoeken, willen we docentstrategieën ontwikkelen", zegt Van der Mark. 

Het onderzoek bestaat naast observatieonderzoek uit een literatuuronderzoek, interviews met studenten en docenten en een casusstudie. Docenten van de genoemde instellingen doen actief mee of worden nog benaderd voor dit onderzoek dat vier jaar gaat duren. Na die vier jaar zullen ook de docentmodules voor het doceren aan excellente studenten klaar zijn.

​Kenniseconomie

Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om excellente studenten op te sporen en te begeleiden? Neem de studie geneeskunde en het belang van excellentieprogramma's als de JSM. "We willen dat artsen die in UMC's werken, gepromoveerd zijn. Omdat we willen dat wat een arts doet, gestoeld is op onderzoek: evidence based medicine. De combinatie van de twee taakgebieden, dokter zijn en wetenschappelijk onderzoek doen, daar hebben we in excellentieprogramma's aandacht voor." 

We hebben jaren energie gestoken in studenten met wie het niet zo goed ging, zegt Jaarsma. "We zijn eigenlijk vergeten om aandacht te geven aan de studenten die bovenmatig goed zijn. Nu, met de aandacht voor en het stimuleren van onze kenniseconomie, is die behoefte er wel."

​​Informatie over studeren aan de Faculteit Medische Wetenschappen​