Een goede bak licht tegen winterdepressie

​Tegen winterdepressie is maar één kruid gewassen: licht. Een week lang elke ochtend een half uur tot drie kwartier voor een goeie bak met licht zitten, werkt het best. Dat concludeert MD/PhD-er Stefan Knapen van het UMCG.
Stefan Knapen zit voor een daglichtlamp

Naarmate de dagen korter worden, voelt Marien (niet zijn echte naam) zich almaar vermoeider, prikkelbaarder en somberder. “In de herfst en in de winter heb ik grote moeite met opstaan”, vertelt hij. “Ik kan wel twaalf uur achter elkaar doorslapen. Omdat ik zo moe ben, kan ik niks hebben. Ik ga malen en word depressief; voor mijn omgeving en voor mezelf is dat heel moeilijk.”

Marien is 22 jaar en heeft last van winterdepressie. Hij is niet de enige: in Nederland heeft ongeveer drie procent van de mensen last van winterdepressie en wat hiermee gepaard gaat: sombere buien, gebrek aan concentratie en een grote behoefte aan slapen en eten.

Een ander mens

Vier jaar geleden ging Marien voor het eerst naar de polikliniek Winterdepressie van het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP) van het UMCG voor een lichttherapiebehandeling. Na de eerste sessie voelde hij zich meteen een ander mens.

“Door de lichttherapie krijg ik meer energie waardoor het allemaal wat makkelijker gaat. Ik neem de dingen niet zo zwaar op, ik slaap goed en word na acht uur uitgerust wakker.”

Hoe vaak, hoe lang, wanneer?

In de polikliniek Winterdepressie van het UCP worden jaarlijks zo’n 200 patiënten behandeld met lichttherapie. Dat lichttherapie een effectieve manier is om winterdepressie te bestrijden, daar zijn de geleerden het wel over eens.

Maar hoe vaak moet iemand worden blootgesteld aan licht, hoe lang en op welk tijdstip van de dag? Daarover lopen de meningen uiteen. Internationaal bestaan er verschillende richtlijnen voor hoe je het best lichttherapie kunt geven.

“In sommige landen heerst de opvatting dat je lichttherapie moet timen op de persoon”, zegt Stefan Knapen. “Ben je een ochtendmens, dan moet je om 6 of 7 uur ’s ochtends licht krijgen. Bij een avondmens mag dat iets later, om 8 uur. Ook geven ze in andere landen lang en veel lichttherapie, wel zes tot acht weken achter elkaar.”

Ochtendlicht werkt het best

Knapen onderzocht de gegevens van een groot aantal studies uit Groningen naar de effectiviteit van lichttherapie. Hij keek daarbij vooral naar timing en duur van de therapie. En wat blijkt? Van de patiënten die een week lang om 8 uur ’s ochtends een half uur tot drie kwartier lichttherapie krijgen, ervaart 78 procent een afname van de klachten.

“Opvallend is dat de avondtypes het niet beter doen dan de ochtendtypes”, zegt Knapen. “Dat zou je wel verwachten, tenminste als je aanneemt dat 8 uur voor ochtendtypes te laat is om licht te krijgen. Lichttherapie hoeft dus niet op de persoon getimed te worden. Wel belangrijk is dat het licht in de ochtend wordt gegeven, want dat werkt het best.”

Eén week net zo effectief

Uit het onderzoek van Knapen blijkt verder dat één week lichttherapie net zo effectief is als twee weken achtereen. Sterker nog: de patiënten die één week lichttherapie kregen, ondervonden daar sneller effect van.

“Met deze resultaten kunnen we een stuk gefundeerder bijdragen aan de internationale discussie over timing en duur van lichttherapie”, aldus Knapen.

Een serieuze zaak

“Maar het belangrijkst is dat deze studie laat zien dat onze patiënten baat hebben bij de behandeling die ze nu krijgen. Winterdepressie is echt een serieuze zaak. De klachten kunnen heel heftig zijn, die moet je niet onderschatten.”

De meeste patiënten hebben voldoende aan één week lichttherapie per winterseizoen. Marien heeft steevast twee keer een week (met acht of negen weken ertussen) nodig om de donkere maanden door te komen. “Of ik dat een belasting vind? Nee, hoor. Wat is nou twee weken per jaar? Er is nou eenmaal geen definitieve oplossing voor winterdepressie. Of ik moet gaan emigreren.”