Databiobank TransplantLines: leefstijl belangrijk bij orgaantransplantatie

Na een orgaantransplantatie is het spannend. Accepteert het lichaam het orgaan? Wordt het lichaam weer gezond? Bij een orgaantransplantatie zijn er zoveel factoren die een rol spelen, dat de internist door de bomen het bos moet ontdekken. Een databiobank is daarvoor het middel bij uitstek. In een biobank worden gegevens bijgehouden van patiënten die een orgaantransplantatie ondergaan en een langere tijd worden gevolgd. Hierdoor kunnen langetermijneffecten van veel verschillende factoren die een rol spelen bij het herstel na orgaantransplantatie in kaart worden gebracht en onverwachte factoren worden ontdekt.

Professor Stephan Bakker, internist in het UMCG, en oprichter van de databiobank Transplantlines had al vroeg oog voor de belangrijke rol van voeding: ‘‘Voor transplantatiepatiënten is leefstijl; niet roken, gezonde voeding, voldoende bewegen, en spiermassa nóg belangrijker dan voor gezonde mensen.”

Verminderde conditie voor de operatie

Wanneer iemand een orgaantransplantatie nodig heeft, of het nu een long, een nier, het hart, of de lever is, is iemand vaak al lang voor de operatie ziek. Door ziekte bewegen mensen veel minder en gaat de conditie achteruit. Deze verminderde conditie uit zich in minder spierkracht, minder eetlust, en nog minder bewegen, wat kan leiden tot een metabool syndroom, een combinatie van verschillende stofwisselingklachten. Deze klachten verergeren de al zieke toestand van het lichaam door orgaanfalen.

Nieuwe gewoonten aanleren om overgewicht te voorkomen

Als na de operatie het zieke orgaan vervangen is, kan een metabool syndroom snel verergeren met overgewicht als gevolg. Bakker legt uit: ‘’Patiënten waren voor de operatie vaak gewend energierijke drankjes te drinken en weinig te bewegen, plus, van de medicijnen die patiënten na een orgaantransplantatie nodig hebben, krijgen ze meer trek. Daarom moeten ze als het nieuwe orgaan zijn werk gaat doen in korte tijd nieuwe gewoontes aanleren om overgewicht te voorkomen.’’

Slagroom kloppen voor patiënten

“Als student op de nierdialyse-afdeling moest ik altijd slagroom kloppen voor patiënten. Ik dacht bij mezelf: dat kan niet goed zijn”, zegt Bakker terwijl hij zijn schouders ophaalt. Het was in die tijd ondenkbaar om onderzoek te doen naar hoe voeding de gezondheid van transplantatiepatiënten beter of slechter maakte. Er was ook geen subsidie voor te vinden. Bakker lacht: ‘’Daar moest ik dus een list op verzinnen. Soms onderzochten we iets over voeding in de gezonde bevolking, en, als ik hier dan zelf een beetje geld aan toe kon voegen, kon ik hetzelfde ook in onze nierpatiënten onderzoeken.”

Het ontstaan van TransplantLines

Bakker besloot op deze manier eerst bewijs te verzamelen om vervolgsubsidies te kunnen krijgen voor onderzoek naar de rol van voeding bij orgaantransplantaties, en zo werd de databiobank TransplantLines in 2001 geboren. Doel was breed in kaart te brengen welke factoren de kans op herstel vergroten, en wat juist risicofactoren zijn, in nierpatiënten. Patiënten worden voor en meerdere keren na de transplantatie ondervraagd en onderzocht. Een analyse van deze data en wetenschappelijke publicaties van de resultaten vormden de basis voor nieuwe subsidieaanvragen. Tegenwoordig is TransplantLines uitgegroeid tot een grote database, waarin ook informatie over leefstijl en voeding opgenomen is.

Voedingsgewoontes onderzoeken door urine

Bakker vertelt dat hij in de eerste onderzoeksgroep -bij gebrek aan financiering voor voedingsvragenlijsten- 24-uursurine ging verzamelen. “Dit was een noodoplossing, maar bleek een goed idee. Het meten van de urine is nu eigenlijk de gouden standaard geworden als je voedingsgewoontes onderzoekt. Je kunt dan precies zien hoeveel eiwit, natrium, kalium of jodium iemand bijvoorbeeld gegeten heeft.”

Preventie: biofeedback op de poli

Patiënten die meededen aan het onderzoek hebben er zelf ook voordeel van gehad. “Op de poli Transplantatiegeneeskunde in het UMCG is er nu veel aandacht voor leefstijl. “Bakker introduceerde een bijzondere vorm van biofeedback; patiënten aan de hand van hun eigen lichamelijke signalen terugkoppelen welk gedrag goed en slecht uitpakt. ‘’Nu vragen we de mensen standaard op de poli om 24-uurs urine te verzamelen. Zo kunnen we patiënten met de testresultaten zelf vertellen of ze gezond gegeten hebben, wat hun spiermassa is, enzovoort.’’

Multidisciplinair samenwerken

Een voordeel van een databiobank is dat de relatie tussen verschillende voorspellers uitgebreid onderzocht kan worden. Soms voorspelt niet één factor, maar juist een combinatie van factoren de toekomst. Of, je ontdekt juist dat een specifiek advies zoals ‘eet veel noten’, beter is dan een breed advies zoals ‘eet de schijf van vijf’. Het inspelen op verschillende factoren vergt veel samenwerking binnen en buiten het UMCG. “Je moet elkaars taal leren spreken, de relaties goed houden, en elkaar de ruimte geven voor ieders eigen expertise”, zegt Bakker.

Kansen zien

Soms ontstaan samenwerkingen met partners die niet per se voor de hand liggen. Bakker werkt bijvoorbeeld samen met het bedrijf DSM, dat zich onder andere bezighoudt met diervoeding. Voor hen is vermindering van antibioticagebruik bij kippen en varkens een belangrijk doel. Dieren krijgen dit vaak omdat ze altijd diarree hebben.

Voor transplantatiepatiënten is diarree ook een groot probleem. Er wordt vaak weinig over gezegd door patiënten zelf, maar het is hardnekkig en hartstikke invaliderend. Bakker: “Ik zag toen een kans. Normaal gebruiken we proefdieren om problemen bij mensen op te lossen, maar wij hebben een menselijk model voor een probleem bij dieren. Door nu mensen met en zonder diarree te vergelijken, hopen we straks voedingsmiddelen te kunnen vinden om de klachten van diarree te verminderen.”

Internationale samenwerking

Naast alle mogelijke samenwerkingen binnen het UMCG, is de internationale samenwerking breed opgebouwd. Een mooie bevestiging van de insteek van TransplantLines is dat tegenwoordig wetenschappers zich internationaal georganiseerd hebben om samen te werken in het onderzoek naar voeding bij nierpatiënten: Bakker zit in het bestuur van de European Renal Nutrition Working Group.

Wil je meer weten? Lees meer over het wetenschappelijk onderzoek van het transplantatiecentrum.