"Blijf open staan voor onverwachte uitkomsten van experimenten"

Hij is een wetenschapper van het fundamentele soort. Iemand die niet per se toewerkt naar een vooraf vastgesteld doel, maar die, door nieuwsgierigheid gedreven, wil uitzoeken hoe het zit. Ton Lisman, hoogleraar experimentele chirurgie in het UMCG, brak tijdens zijn oratie een lans voor basaal onderzoek. "We moeten open blijven staan voor onverwachte uitkomsten van experimenten."

​Gedoseerd tegen de stroom in roeien, dat is wat wetenschapper Ton Lisman predikt. Want daarmee kun je vooruitgang boeken in de wetenschap, is zijn overtuiging. Vooruitgang in het genereren van kennis – de kern van wetenschappelijk onderzoek. 

Fundamenteel onderzoek staat onder druk, stelt hij. "Tegenwoordig mag de maatschappij meebepalen hoe de nationale wetenschapsagenda van Nederland eruit gaat zien, en speelt de maatschappelijke impact van onderzoek een steeds grotere rol, onder meer in de toekenning van subsidies. Dat brengt het basale onderzoek in het nauw." 

Terwijl juist de universiteit is de plek is waar kennis gecreëerd en doorgegeven wordt. "Een plek voor onderzoek en onderwijs", zegt Lisman. "En de taak van de fundamentele wetenschapper is om uit te zoeken hoe het zit. Niet om concrete oplossingen voor problemen te vinden. Niet om toe te werken naar een vooraf vastgesteld doel. Maar om te willen weten hoe het zit." 

​Onvoorstelbare hoeveelheid kennis

Onderzoek hoeft dus niet te leiden tot directe toepassingen, vindt Lisman. "Sterker nog: vooraf vaststellen wat je precies wilt oplossen, en voor wie, kan er juist voor zorgen dat de blik van de wetenschapper vernauwt. En het gevaar is dat onderzoekers niet meer open staan voor onverwachte uitkomsten van experimenten. Daar moeten we open voor blijven staan."

​"Door te leren over moleculen, cellen en organen en door de processen in het menselijk lichaam te bestuderen, wordt een onvoorstelbare hoeveelheid kennis vergaard die ooit ergens van pas kan komen", schetst hij. "Kennis die we niet van te voren hadden kunnen voorspellen, en die voor de patiënt vaak geen direct voordeel oplevert. Maar dat maakt de kennis niet minder belangrijk, en het maakt het onderzoek niet minder nodig."

"Er zijn tal van toepassingen en inzichten die het gevolg zijn van fundamenteel onderzoek, en die zo vanzelfsprekend zijn dat we vergeten hoe ze ooit zijn ontstaan", zegt Lisman. "De technologie van mobiele telefoons is terug te leiden op fundamenteel natuurkundig onderzoek. En in ziekenhuizen overal ter wereld wordt elke dag gebruik gemaakt van röntgenstraling en penicilline – ook toepassingen die zijn ontstaan vanuit fundamenteel onderzoek."

​​Uniek vernieuwingsmechanisme

In het rijtje voorbeelden hoort ook het onderzoek van Lisman zelf thuis. Hij onderzocht de rol die bloedplaatjes – kleine cellen in het bloed – spelen in het vernieuwen van de lever. "De lever is uniek, want het is het enige orgaan dat kan aangroeien als er een deel wordt verwijderd, bijvoorbeeld bij een levertumor. Hij kan zichzelf dus vernieuwen, leverregeneratie noemen we dat", legt Lisman uit. "Met eerder onderzoek toonden we aan dat bloedplaatjes een cruciale rol spelen in leverregeneratie, want bij patiënten met weinig bloedplaatjes vernieuwde de lever zich langzamer."

​Maar wat doen de bloedplaatjes nou precies waardoor de leverregeneratie gestimuleerd wordt? Om dat uit te zoeken kreeg Lisman de prestigieuze vidi-beurs van het NWO. "We wisten al dat bloedplaatjes eiwitten bevatten die de groei van levercellen kunnen stimuleren. Maar verklaart de afgifte van deze eiwitten in de lever het stimulerende effect van bloedplaatjes? Tijdens ons onderzoek stuitten we op een onverwachte vinding: de bloedplaatjes gaven niet alleen eiwitten af aan de levercellen, maar ook genetisch materiaal. En de levercellen bleken dit genetisch te kunnen vertalen naar eiwit. De levercellen kidnappen als het ware genetisch materiaal van de bloedplaatjes."

​Het verkooppraatje

De onverwachte vondst biedt nieuwe onderzoeksmogelijkheden waar Lisman zijn tanden in kan zetten. "We willen graag verder onderzoeken welk genetisch materiaal nou precies zorgt voor het stimuleren van de celgroei in de lever. Want als we dat weten, dan kunnen we dat namaken. En kunnen we het vervolgens als medicijn gebruiken bij patiënten bij wie een deel van de lever is verwijderd, zodat de lever gestimuleerd wordt aan te groeien", vertelt hij enthousiast. En vervolgens: "Tot zover het verkooppraatje."

Want er is nog een lange weg te gaan voor dit scenario werkelijkheid zou kunnen worden. "Dit is een theorie. Of het ook echt gaat werken, weet ik niet. Misschien komen we in nieuw onderzoek andere onverwachte bevindingen tegen die ons weer een andere kant op wijzen." Zo kan het gaan met fundamenteel onderzoek, wil hij maar zeggen.

"Er is tegenwoordig een grote maatschappelijke behoefte aan uitleg van het nut van onderzoek. Wat kun je ermee? Wat heb je eraan? Wat levert het op? Maar in fundamenteel onderzoek kun je dat niet altijd zeggen. Niet alleen loop je dan op de zaken vooruit, je loopt ook het risico om zo gefocust te zijn op één probleem, dat je geen oog meer hebt voor verrassingen. Voor nieuwe, onverwachte kennis." 

​U vraagt, wij draaien​

En ja, benadrukt hij: klinisch onderzoek is ook belangrijk. En hij vindt het ook belangrijk om de maatschappij te betrekken bij wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld als voorzitter van de Medische Publieksacademie, waarin artsen en wetenschappers van het UMCG uitleg geven over een ziekte en het wetenschappelijk onderzoek dat wordt gedaan om de zorg voor de patiënt met deze ziekte te verbeteren.

Maar de maatschappij betrekken bij onderzoek en onderzoek voor een groot publiek uitleggen, dat is iets anders dan vooraf de maatschappelijk impact van onderzoek bepalen, en publiek laten meebeslissen over welk wetenschappelijk onderzoek gefinancierd moet worden. "Daarmee verandert een universiteit van een onafhankelijke kennisgenerator in een instituut met de kerntaak 'U vraagt, wij draaien'. Ik denk dat negen van de tien wetenschapsvragen in dat geval oplossingsgericht zijn. En daarmee sluit je te veel onderzoek uit, en zorg je ervoor dat de onverwachte dingen niet meer worden gezien." 

​Lisman beseft dat niet iedereen het met zijn standpunt eens is – ook niet elke wetenschapper. En dat hij 'gedoseerd tegen de stroom ingaat' met zijn opvattingen. "Maar dat is altijd essentieel geweest voor de ontwikkeling van de wetenschap."

​​Ton Lisman studeerde scheikunde aan de Universiteit Utrecht. ​Hij promoveerde cum laude aan de medische faculteit van de Universiteit Utrecht in 2002​ met zijn proefschift 'Haemostatic effects of recombinant factor VIIa​' ​. Na zijn promotie werkte Lisman in het UMCU tot hij in 2007 een aanstelling bij de afdeling Chirurgie in het UMCG kreeg. In 2009  werd hij benoemd tot adjunct hoogleraar en in 2015 tot hoogleraar experimentele geneeskunde. ​​​

Verder lezen: de oratie van Lisman​ 

En: Lismans publicatie in Blood Journa