Betrek de patiënt actiever bij medicatie

​​Chronisch zieken gebruiken vaak langdurig meerdere geneesmiddelen naast elkaar. Maar het starten met en het aanpassen en stoppen van medicatie gebeurt niet altijd vlekkeloos. Het kan en moet beter, vindt hoogleraar Kwaliteit van geneesmiddelgebruik Petra Denig. Onder meer door patiënten te laten meedenken over hun medicatie. Op 27 januari houdt ze haar oratie.

We spreken Petra Denig (1959) op de dag van een Tweede-Kamerdebat naar aanleiding van een burgerinitiatief dat schriftelijke bijsluiters wil voorafgaand aan operaties.

“De initiatiefneemster onderging een ingreep die niet goed uitpakte. Over de risico’s van de ingreep had ze terugkijkend onvoldoende informatie. Wat zij aankaart, raakt aan mijn oratie. Alleen zeg ik dat je met informatie geven zeker niet alles oplost: patiënten zijn vaak onvoldoende voorbereid om doordacht te kunnen besluiten over een behandeling.”

Gefascineerd door ‘sociale farmacie’​

Denig is in Groningen opgeleid als apotheker. Bereiding van geneesmiddelen en onderzoek naar de werking van een geneesmiddel in het lichaam boeiden haar echter matig. Maar al als eerstejaars raakte ze gefascineerd door ‘sociale farmacie’: onderzoek doen naar hoe geneesmiddelen worden voorgeschreven, hoe mensen ze gebruiken en wat je in dat proces kunt verbeteren.

Ze vindt dat er weinig wordt geïnvesteerd in goed gebruik van medicijnen vergeleken met het geld en de middelen die omgaan in de ontwikkeling van medicijnen. “Terwijl geschat wordt dat minstens vijf procent van de recepten niet eens wordt opgehaald. Door goede toepassing is enorme kwaliteitswinst in de zorg te halen.”

Mogelijke bijwerkingen

"Geschat wordt dat minstens vijf procent van de recepten niet eens wordt opgehaald. Door goede toepassing is enorme kwaliteitswinst in de zorg te halen.”​

Petra Denig is onder meer projectleider van GIANTT. Met huisartsenpraktijken in de provincie Groningen verzamelt en onderzoekt GIANTT al tien jaar gegevens van een grote groep patiënten met diabetes type 2. Dokters leggen vaak keurig uit waarom ze een medicijn willen voorschrijven, weet ze.

“Maar een patiënt heeft soms andere ideeën over zijn klachten dan de arts. Hij of zij kan het gevoel hebben niet gehoord te worden en hoort zelf misschien ook niet goed wat er gezegd wordt.”

Er zijn ook behandelaars, vervolgt ze, die de mogelijke bijwerkingen van medicijnen niet noemen, omdat ze bang zijn dat de patiënt niet eens meer aan de medicatie begint. “Onzin, want de patiënt trekt thuis de bijsluiter uit de verpakking en leest het zonder verdere uitleg. Juist dan is een behandelaar grip kwijt.”

​Uitleg geven

Niet beginnen met medicatie, minder slikken dan bedoeld of ermee stoppen kan voortkomen uit de informatieachterstand die de patiënt op de arts heeft, vertelt ze. In doorgaans korte consulten moeten behandelaars uitleg geven die voor patiënten vaak moeilijk te plaatsen is.

“Schriftelijke informatie meegeven is te passief. Je moet beslist uitleg geven in een gesprek. Wat heeft een patiënt eraan om een hoog cholesterol aan te pakken? Als iemand dat begrijpt, is de motivatie groter om een cholesterolverlager te slikken.”

Het perspectief van patiënten dient bovendien centraal te staan bij beslissingen over medicatie. “We moeten toe naar de situatie waarbij een patiënt eerst wordt gevraagd wat deze kan en wil. Op basis van die informatie kies je de beste behandeling.”

Samen besluiten nemen​

De komende jaren wil Denig hulpmiddelen ontwikkelen die patiënten en behandelaars beter voorbereiden op zulke gesprekken. “Simpele dingen: kaartjes die iemand vooraf al kan bekijken of in de spreekkamer kan gebruiken. Schuifjes waarmee een patiënt in het gesprek kan aangeven wat hij of zij de belangrijkste aspecten vindt bij het in controle houden van de ziekte. Levensverlenging? Onafhankelijkheid bewaren? Verminderen van pijn of andere symptomen? Want prioriteiten stellen is soms nodig.

Het is goed om samen doelen te stellen. Eerste pilots met de voorkeurenschuif laten zien dat zowel patiënten als huisartsen de gesprekken positief waarderen en dat het gebruik tot aanpassingen in de medicatie leidt.”

Apps kunnen ingezet worden, maar selectief. “Zeker voor ouder wordende mensen kunnen die lastig zijn. Ik denk meer aan een gereedschapskist waaruit de arts of praktijkondersteuners kiest, of het nu een app is die iemand thuis kan gebruiken of andere hulpmiddelen in de wacht- of spreekkamer.”

​Aanpassen van de behandeling​​

Ook behandelaars wil Petra Denig meer ondersteuning bieden. “Ze krijgen al feedback via hun registraties, maar die is vrij statisch: is bij diabetespatiënten voldoende vaak de bloeddruk gemeten, hoeveel van hun patiënten halen een bepaalde streefwaarde van uitslagen? Als je registratiegegevens in de tijd met elkaar vergelijkt, kun je zien of de behandeling naar aanleiding daarvan zo nodig is aangepast. Welke evaluaties artsen in de praktijk het beste inzicht geven in de kwaliteit van behandeling testen we nu uit.”

​Balans tussen werk en pri​​vé​​​​

Het percentage vrouwen da​​​t net​​​ als Denig hoogleraar wordt, stijgt in Groningen mondjesmaat, ondanks stimuleringsbeleid. Het verbaast Denig niet. “Ik heb zelf gemerkt dat je als je kinderen krijgt en parttime wilt werken op afstand komt te staan. Tegelijkertijd word je op dezelfde doelen afgerekend als collega’s die voltijds werken. Toch kies ik er bewust voor om, ook nu onze kinderen ouder zijn, niet voltijds te werken. De woensdag is mijn reflectiedag. Dan doe ik inspiratie op. Dat kan in een museum zijn, maar vaak lees ik dan literatuur die op een bredere manier met mijn vakgebied te maken heeft. Want dat vakgebied is ook mijn hobby.”​