Bewegingswetenschappers Bert Otten en Mickey Wiedemeijer maakten

Zo helpen bewegingswetenschappers de politie om lastige zaken op te lossen

Bewegingswetenschappers Bert Otten en Mickey Wiedemeijer helpen politiezaken op te lossen door bewegingen van verdachten of slachtoffers te analyseren. Het begon allemaal met een verdachte met een opvallend loopje. ‘Kunnen jullie daar misschien iets mee?'

Een agent rent achter een verdachte aan. Er ontstaat een dreigende situatie en de agent wil de verdachte in het been schieten om hem tegen te houden. Hij raakt de verdachte echter in de hals. Ging dit per ongeluk of niet? ‘De verdachte was van kleur, dus er ontstond een flinke rassenrel’, vertelt bewegingswetenschapper Bert Otten. Samen met Mickey Wiedemeijer dook hij destijds in deze zaak. Konden zij met hun kennis en expertise voor meer duidelijkheid zorgen?

Het is slechts één van de vele voorbeelden waar Otten en Wiedemeijer bevlogen over vertellen. De twee zijn al lang niet meer als reguliere bewegingswetenschappers aan het werk. Ze helpen de politie, maar ook bijvoorbeeld advocaten om aan de hand van iemands bewegingen de waarheid boven tafel te krijgen. In de bovenwoning van Otten worden ze omringd door computers en grote beeldschermen, landmeetapparatuur en diverse attributen zoals een bowlingbal en stukken vloerbedekking. Dit alles gebruiken ze om met 3D-modellen en snelheidsberekeningen vast te stellen of iets bijvoorbeeld een misdrijf of een ongeval was.

Looppatronen in kaart brengen

Alles begon zo’n tien jaar geleden, toen de politie zich bij de afdeling Bewegingswetenschappen van het UMCG meldde. Een verdachte van een overval had een kenmerkend loopje. Konden de onderzoekers daar misschien iets mee? Als (inmiddels emeritus) hoogleraar neuromechanica sloeg Bert Otten er gelijk op aan en betrok Mickey Wiedemeijer, die bij hem afstudeerde, erbij. Samen bedachten ze een manier om looppatronen van mensen in kaart te brengen.

Otten en Wiedemeijer filmden duizenden mensen op straat – ‘wij mogen dat, de politie niet’- om uiteindelijk met behulp van computermodellen twintig kenmerken vast te stellen op basis waarvan je iemands manier van lopen kunt identificeren. ‘We konden vervolgens de beelden van de overval vergelijken met de beelden van een verdachte die was gefilmd terwijl hij in de gevangenis liep. Hieruit bleek dat er een zeer grote kans was dat het om dezelfde persoon ging’, zegt Wiedemeijer.

‘In alle zaken die we hebben gedaan zijn we nog nooit tegengesproken door andere bewijzen.'

Een tikje in de juiste richting

Mede op basis van hun onderzoek is deze verdachte destijds veroordeeld. Met de nadruk op ‘mede’, zo benadrukken Otten en Wiedemeijer meermaals: een verdachte kan nooit alleen op hun bewijs veroordeeld worden. ‘Het kan een tikje in de juiste richting geven’, zegt Otten. ‘Het is aanvullend bewijs, of reden om een onderzoek naar een verdachte te starten of juist af te breken. In ieder rapport houden we een slag om de arm en schrijven we wat het meest waarschijnlijke scenario is.’ Tegelijkertijd zijn de resultaten overtuigend. ‘In alle zaken die we hebben gedaan zijn we nog nooit tegengesproken door andere bewijzen.’

Sinds hun eerste zaak is de bal flink gaan rollen: Otten en Wiedemeijer werken beide inmiddels fulltime aan politiezaken. Maar ook advocaten weten hen te vinden, bijvoorbeeld voor bewijslast bij verkeersongelukken. ‘Zo kwam een advocaat bij ons wiens cliënt was aangereden en niet meer kon werken’, vertelt Otten. ‘De botsing was gefilmd en op de beelden lijkt het een lichte aanrijding. De advocaat vroeg ons of wij konden vaststellen of deze botsing een whiplash kon veroorzaken of niet. Met een modelopstelling en onze kennis van de dynamica van de auto hebben wij uiteindelijk geconcludeerd dat er inderdaad een relatie kan zijn tussen de klachten van zijn cliënt en de botsing.’

De werkelijkheid nabootsen

Zo’n modelopstelling is iets wat Otten en Wiedemeijer vaak maken. Otten: ‘In de afgelopen dertig jaar heb ik zelf software ontwikkeld waarmee ik situaties kan nabootsen. Maar dan moeten we wel alle details van een situatie weten.’ En dus kan het zomaar zo zijn dat je Otten en Wiedemeijer op een plaats delict de straat ziet opmeten en tegelpatronen in kaart ziet brengen, om zo de juiste verhoudingen in het computermodel te hebben. En daarom liggen er bowlingballen, stukken vloerkleed, modelautootjes en nog veel meer attributen in Ottens huis. ‘We bepalen de hardheid van materialen, berekenen de val- en stuiterkracht en combineren uiteindelijk alle informatie in een model. Als je dat vervolgens vergelijkt met feiten en beelden die je hebt van de situatie die je onderzoekt, kun je bepalen wat er waarschijnlijk gebeurd is.’

‘Als je dan uiteindelijk voor een doorbraak in een vastlopende zaak kunt zorgen, dan is dat een geweldig moment’

Omhelzing van de rechercheur

De twee bewegingswetenschappers hebben ontzettend veel lol in hun nieuwe carrière. ‘Iedere zaak is weer anders en we zijn altijd ontzettend gretig om de puzzel op te lossen’ vertelt Wiedemeijer. ‘Dit werk vraagt ontzettend veel tijd en is allesbehalve 9-tot-5: we zien en spreken elkaar soms op de gekste momenten van de dag.’ ‘Maar als je dan uiteindelijk voor een doorbraak in een vastlopende zaak kunt zorgen, dan is dat een geweldig moment’, zo vult Otten aan.

‘Binnen verschillende zaken waar de politie zich op stukbeet, hebben wij in de afgelopen jaren al voor een Eureka!-moment gezorgd’, zegt Otten, verwijzend naar de rubriek van dit artikel. ‘Ik ben zelfs een keer omhelsd door het hoofd van de recherchedienst, omdat ze zó vast zaten en ons onderzoek uiteindelijk tot de aanhouding van een verdachte leidde. Ook hier ging het om een man die een bepaalde manier van lopen had en de kans erg groot was dat hij dezelfde was als de verdachte op camerabeelden.’

Bewegingsanalyse leidt tot vrijspraak agent

Terug naar de agent van het begin van het artikel. Ook dit was een complexe zaak, waar Otten en Wiedemeijer ontzettend veel tijd in hebben gestoken. ‘We hebben een uitgebreide bewegingsanalyse op de camerabeelden gedaan en de situatie in het echt nagebootst’, vertelt Otten. ‘En wat bleek? Agenten die achter iemand aan rennen, doen dat op een bepaalde manier, laag door de knieën. Het heet ook wel de “groucho walk”. Uit ons onderzoek bleek dat als je op die manier loopt en vervolgens met twee voeten aan de grond snel moet schieten, je arm automatisch omhoog beweegt. De agent probeerde het goede te doen en werd mede op basis van ons bewijs vrijgesproken.’

Case closed.

Eureka!

Ziet een wetenschapper met een goed idee nou op één moment het licht? Meestal niet. Meestal krijgen goede ideeën of uitvindingen pas vorm, als je met veel slimme mensen samenwerkt. In de rubriek Eureka! vertellen onderzoekers over de momenten dat ze dachten: 'Ik heb het gevonden!' Elke acht weken is er weer een nieuw verhaal.