Barbro Melgert, hoogleraar Respiratoire Immunologie

We ademen onze kleding in

Je shirt, sportbroek of lievelingstrui geven plasticdeeltjes af die je elke dag inademt. ‘De meeste mensen denken dat microplastics vooral via water of ons eten binnenkomen,’ zegt Barbro Melgert, hoogleraar Respiratoire Immunologie. ‘Maar de meeste microplastics ademen we gewoon in huis in.’

‘Onze kleding ís plastic,’ zegt Melgert. Het besef kwam als een Eureka-moment: veel van de microplastics in ons huis blijken rechtstreeks uit de kleren te komen die we elke dag dragen. Melgert onderzoekt al jaren hoe de longen reageren op schadelijke stoffen en kreeg in 2018 een subsidie om te achterhalen of microplastics daarin een rol spelen. ‘Ik vroeg me af: zitten er eigenlijk microplastics in de lucht? En als dat zo is, wat doen ze met onze longen?’

Hoe kleding microplastics in je huis (en longen) brengt

Microplastics zijn alle stukjes plastic kleiner dan vijf millimeter, van zichtbare korrels tot onzichtbare nanoplastics. Ze komen los van meubels, verpakkingen, speelgoed, maar vooral van textiel. ‘Tijdens het dragen van kleding komen vaak meer vezels vrij dan tijdens het wassen,’ vertelt Melgert. ‘Ook maakt het uit hoe de stof gemaakt is: geweven stoffen laten vaak minder los dan gebreide stoffen. Goedkope kleding uit de fast fashion-industrie bestaat vaak uit lage kwaliteit vezels. Ze zijn kort, worden tot langere draden samengevoegd, en vallen daardoor sneller uit elkaar. Maar er is nog weinig goed onderzoek naar hoeveel dat in de praktijk scheelt.'

Het komt niet door de deeltjes zelf, maar door chemische stoffen die eruit lekken.

Wat doen die deeltjes in onze longen?

Om te onderzoeken wat er precies gebeurt, ontwikkelde Melgert met haar team zogenoemde mini-longetjes: kleine structuren van echte longcellen die lijken op het weefsel in onze longen. ‘Zo’n model lijkt goed op echte longen. We gebruiken het om te zien hoe longen zich ontwikkelen of herstellen na schade, bijvoorbeeld door een infectie of vervuilde lucht,’ legt Melgert uit. Toen ze kleine plasticdeeltjes van polyester en nylon aan de minilongen toevoegde, viel vooral nylon op: het remt de groei van de luchtwegen. ‘Het komt niet door de deeltjes zelf, maar door chemische stoffen die eruit lekken,’ zegt Melgert. ‘We hebben inmiddels ongeveer 140 van die stoffen gevonden, en veel daarvan zijn nog onbekend. Het blijft een enorme puzzel.’

Die stoffen beïnvloeden de cellen in de luchtwegen. Een bepaald eiwit in die cellen gaat daardoor anders werken. ‘Het eiwit remt de ontwikkeling van deze cellen, waardoor de luchtwegen niet goed uitgroeien. Als we dat eiwit stoppen, groeien de luchtwegen weer normaal. Welke stof van die 140 dit precies veroorzaakt, weten we nog niet,’ zegt Melgert. 
 

Kleding aan kledingrek
Onze kleding ís plastic

Hoe gevaarlijk is het?

Het is nog niet helemaal duidelijk wat deze bevindingen op lange termijn voor onze gezondheid betekenen. ‘We denken dat vooral kinderen en mensen met bestaande longproblemen gevoeliger kunnen zijn bij veel blootstelling,’ zegt Melgert. ‘Bij hen zijn de processen die de luchtwegen laten groeien en herstellen extra belangrijk.’ Er zijn daarvoor aanwijzingen uit oudere studies. In de jaren zeventig en tachtig werd in nylonfabrieken veel onderzoek gedaan. Daar werden kleine vezels verwerkt tot fluweelachtige stoffen. ‘In sommige fabrieken kreeg wel 30 tot 40 procent van de werknemers last van hoesten en kortademigheid, en bovendien hadden ze een verhoogd risico op longkanker,’ vertelt Melgert. ‘Dat waren veel hogere concentraties dan je thuis zou inademen, maar het laat zien: te veel is nooit goed.’ Het verschil met natuurlijke vezels, zoals katoen, is dat die uiteindelijk worden afgebroken door het lichaam. ‘Plasticvezels niet. Die blijven liggen, en als je er te veel van inademt, kan het zich opstapelen. Dat is het risico.’ 

Hier kun je wél iets doen, en het heeft effect op je eigen leefomgeving

Wat kun je zelf doen?

Melgert wil dat haar onderzoek mensen bewust maakt van het probleem en laat zien dat we wél iets kunnen doen. ‘Het probleem met dit soort milieukwesties, net als klimaatverandering, is dat het verlammend kan werken. Mensen denken: wat kan ik nou in mijn eentje? Maar hier kun je wél iets doen, en het heeft effect op je eigen leefomgeving. Dat geeft een positiever gevoel en motiveert om bewuster te kiezen.’ 

Ventileren en stofzuigen helpen al om de hoeveelheid microplastics in huis te verminderen. ‘Binnen is de concentratie vaak veel hoger dan buiten, terwijl veel mensen denken dat het omgekeerd is. Juist ventileren helpt om de deeltjes kwijt te raken.’ Daarnaast speelt kleding een grote rol. ‘Kies bij voorkeur tweedehands of kleding van natuurlijke materialen; zo komen er minder microplastics vrij. En misschien wel de belangrijkste stap: kijk kritisch naar je eigen consumeergedrag. Heb je dat nieuwe kledingstuk echt nodig, of kun je ook iets vermaken of hergebruiken? Elke aankoop die je niet doet, scheelt direct in vezels én in milieubelasting.’ 
 

Draag bij aan het onderzoek

Melgert werkt met haar team aan een groot burgeronderzoek. Tijdens bijeenkomsten meten ze hoeveel vezels uit verschillende kledingstukken vrijkomen en welke soorten stoffen het meest loslaten. ‘Zo krijgen we beter inzicht, en kunnen mensen zelf zien wat hun kleding achterlaat. Dat is een laagdrempelige manier om mensen bewust te maken én ze het gevoel te geven dat hun keuzes ertoe doen.’ Melgert en haar team ontwikkelden ook het spel Pack your bags, waarin je als speler je vakantiebagage kwijtraakt en zo snel mogelijk vervangende kleding moet regelen zonder het vakantiehuis vol microplastics te laten komen. 
 
Wil je meer over dit onderzoek weten? Kom op vrijdag 26 september naar de Europese Nacht van de Onderzoekers in het Groninger Forum. Melgert en haar team zijn er met het spel, een microscoop om kledingvezels te bekijken, en je kunt een sample van je eigen kleding inleveren. Zo leer je alles over microplastics én draag je zelf bij aan het onderzoek. 

Eureka!

Ziet een wetenschapper met een goed idee nou op één moment het licht? Meestal niet. Meestal krijgen goede ideeën of uitvindingen pas vorm, als je met veel slimme mensen samenwerkt. In de rubriek Eureka! vertellen onderzoekers over de momenten dat ze dachten: 'Ik heb het gevonden!' Elke acht weken is er weer een nieuw verhaal.