vlnr: Mehtap Ünal, Anna-Sophie Vinke, Meaghan de Boer en Marco Versluis

Wat doe je als zorgverlener wanneer het recht op zorg in het geding is?

Iedereen heeft recht op medische zorg. Toch hebben mensen in conflictgebieden vaak beperkte toegang tot zorg en wordt het werk van zorgverleners soms bewust belemmerd. Wat betekent dat voor zorgverleners hier? Wat doe je als zorgverlener wanneer het recht op zorg in het geding is? Kun je zorgen uitspreken, en hoe doe je dat op een manier die past bij je vak?

Mehtap Ünal, AIOS interne geneeskunde in het UMCG, zag elke dag op het nieuws beelden uit Gaza. Ze voelde zich machteloos en vroeg zich af hoe dit kon gebeuren, en wat zij als zorgverlener in Nederland kon doen. ‘Ik zat eigenlijk te wachten tot iemand anders iets deed, maar er gebeurde niets.’

Samen met enkele collega’s begon ze daarom vorig jaar medische hulpgoederen en gebruikte stethoscopen in te zamelen voor ziekenhuizen in Gaza. En ze sloot zich aan bij Zorg zonder Grenzen, een netwerk van inmiddels 56 UMCG’ers dat zich inzet voor het universele recht op gezondheidszorg en voor veilige werkomstandigheden voor zorgverleners in conflictsituaties.

‘Het is onvoorstelbaar om op deze manier te moeten werken’

Ook Anna-Sophie Vinke, AIOS interne geneeskunde, sloot zich aan bij Zorg zonder Grenzen. Tijdens haar coschap in Jordanië leerde ze een aantal Palestijnse studenten kennen. Eén van hen, Iman, werkt nu in een ziekenhuis in Gaza. Ze hebben bijna wekelijks contact, al is dat niet altijd mogelijk.

Vinke: ‘Iman vertelt me over de omstandigheden waarin ze haar werk moet doen: er is een structureel tekort aan medische hulpmiddelen, ze wordt dagelijks geconfronteerd met patiënten die overlijden en maakt hartverscheurende situaties mee. Vorige week nog deed ze een keizersnede. Die operatie kon met verdoving, maar er was geen pijnstilling voor erna. Na de operatie hoorde ze dat de vader van het kind was gedood toen hij onderweg was naar het ziekenhuis om bij de bevalling te zijn. Het is voor mij onvoorstelbaar om op deze manier je werk te moeten doen.’

'We kunnen het ons niet permitteren om weg te kijken. We zijn allemaal een beetje verantwoordelijk voor de wereld.’

Van de 36 ziekenhuizen in Gaza functioneren er nog maar een handjevol, en vaak slechts deels. ‘Elk mens heeft recht op zorg en zorgverleners moeten de ruimte krijgen om hun werk te kunnen doen, waar dan ook,’ zegt gynaecoloog Marco Versluis. ‘Ik wil trouw blijven aan die kernwaarde en me daarover kunnen uitspreken zonder politieke oordelen te vellen en me te mengen in de discussie hierover.’

Ünal vult aan: ‘We willen laten zien dat gezondheidszorg overal beschikbaar moet zijn. En dat zorgverleners hun werk, ook in oorlogstijd moeten kunnen verrichten.’ 

Van inzameling tot kennisdeling

De eenmalige actie groeide uit tot een breder initiatief. Zo organiseerde Zorg zonder Grenzen de afgelopen maanden een aantal lezingen voor collega-zorgverleners, onder meer over humanitair recht. Wat is erover vastgelegd, wat mag wel en niet, hoe werkt de bescherming van zorgverleners in oorlog? 

Versluis: ‘‘We willen woorden geven aan wat we zien, aan ons gevoel van onmacht. Wat er in Gaza gebeurt, maakt het actueel, maar het probleem is niet nieuw. Ook in Syrië zagen we dat zorgverleners en ziekenhuizen doelwit waren van het conflict. En in Soedan en Congo zijn al decennia verschrikkelijke oorlogen gaande, waarbij zorgverleners doelwit zijn en burgers nauwelijks toegang hebben tot gezondheidszorg.’

Stilte om de stilte te doorbreken

De groep organiseerde ook een stilteactie samen met andere UMC’s, en onderhoudt contact met artsenorganisaties elders in Nederland. ‘Door stil te staan bij dit probleem willen we juist de stilte doorbreken, en met elkaar in gesprek gaan’ , vertelt Versluis. ‘We vragen zorgverleners om met elkaar in gesprek te gaan over onze rol. Om na te denken: wat betekent het als zorg geen vanzelfsprekend recht meer is? Om kritisch te zijn en ook anderen tot nadenken aan te zetten.’

Vinke: ‘Ik merk dat sommige mensen zich afsluiten van al het nieuws. Maar we kunnen het ons niet permitteren om weg te kijken. We zijn allemaal een beetje verantwoordelijk voor de wereld.’ 

‘Een zorgverlener is ook een health advocate’

Ook derdejaars geneeskundestudent Meaghan de Boer hoorde op het nieuws over de benarde positie van zorgverleners in Gaza en wilde iets doen. Vanuit studentenvereniging IFMSA-Groningen, die Global Health wil verbeteren, zette ze samen met een andere studentenvereniging een inzamelingsactie op voor medische hulpmiddelen, onder meer voor vaccinaties. ‘Het is confronterend om te beseffen dat in conflictgebieden soms zelfs de meest basale zorg wegvalt.’ 

Ze sloot zich namens IFMSA-Groningen aan bij Zorg zonder Grenzen vanuit de drang iets te kunnen betekenen voor anderen. ‘In mijn opleiding leren we ook wat het betekent om arts te zijn in een wereld die ongelijk is. Ik denk dat die verder gaat dan alleen de zorg voor je eigen patiënten; je bent ook een health advocate. In gesprekken met anderen merk ik dat er begrip is voor onze missie, want het gaat niet over politiek, maar over iets fundamenteels: iedereen verdient zorg. En daar is eigenlijk niemand tegen.’

Zorg als plicht, niet als standpunt

Onlangs besloot het kabinet dat een groep zieke en gewonde kinderen uit Gaza in Nederland behandeld mag worden. Voor veel zorgverleners is dat een hoopvol teken dat aandacht en dialoog wél iets kunnen veranderen.

Ook het UMCG vindt dat iedereen recht heeft op goede zorg, ongeacht afkomst of geloof. Het ziekenhuis staat klaar om patiënten uit conflict- of rampgebieden, onder coördinatie van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, op te vangen en te behandelen wanneer dat nodig is.

Geen zorg bieden betekent dat er dagelijks onschuldige kinderen sterven. Daarom ondersteunt het UMCG de oproep om zorg te verlenen waar dat het hardst nodig is.
Niet om een standpunt in te nemen in een conflict, maar vanuit medemenselijkheid en de zorgplicht die we hebben om mensen te helpen.

Het dilemma

In het UMCG lopen we tegen allerlei soorten dilemma’s aan. In de rubriek Het Dilemma diepen we er elke acht weken een uit en laten we zien hoe we hiermee omgaan.