U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
Waarom ontwikkelen sommige beschadigde cellen zich tot kanker, terwijl andere door het lichaam worden opgeruimd? Waarom houden sommige mensen na een depressie moeite met dagelijkse doelen? En waarom kiezen mensen met aanhoudende lichamelijke klachten vaker voor alternatieve geneeswijzen? Drie UMCG'ers gaan de komende jaren op zoek naar antwoorden op deze vragen. Aranka Ballering, Laura Bustamante en Jamil Nehme ontvangen hiervoor een Veni-beurs van NWO.
Man/vrouw-verschillen in het gebruik van alternatieve geneeswijzen voor lichamelijke klachten
'Veel mensen gebruiken complementaire en alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie, acupunctuur, kruidenmiddelen of behandelingen door alternatieve therapeuten. Dit gebruik is niet per se schadelijk, maar kan wel risico’s met zich meebrengen. Zo kunnen sommige middelen bijwerkingen hebben of de werking van door artsen voorgeschreven medicatie hinderen. Daarnaast kan het ervoor zorgen dat mensen stoppen met reguliere, wetenschappelijk onderbouwde zorg. Mensen met aanhoudende lichamelijke klachten, zoals chronische pijn en aanhoudende vermoeidheid maken relatief vaak gebruik van complementaire en alternatieve geneeswijzen.'
'Ook lijkt het erop dat vrouwen vaker van complementaire en alternatieve geneeswijzen gebruik maken dan mannen. De zorg voor vrouwen verschilt van de zorg voor mannen: vrouwen met lichamelijke klachten krijgen minder vaak diagnostiek aangeboden en de diagnostiek die zij aangeboden krijgen is minder effectief in het vaststellen van ziekte. Bovendien voelen vrouwen, met name als ze aanhoudende lichamelijke klachten ervaren, zich soms minder serieus genomen of gestigmatiseerd in de zorg.
Dit onderzoek richt zich op wie, wanneer en waarom gebruikmaakt van alternatieve geneeswijzen, met speciale aandacht voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ik wil hiervoor gebruik maken van grote datasets, zoals Lifelines. Maar, ik wil ook in gesprek gaan met mensen die alternatieve geneeswijzen gebruiken. Hierdoor probeer ik erachter te komen welke ervaringen, omstandigheden en overwegingen samenhangen met het gebruik van alternatieve geneeswijzen, en of deze drijfveren verschillen tussen mannen en vrouwen.
Het uiteindelijke doel is om de zorg voor mensen met aanhoudende lichamelijke klachten te verbeteren. Zo worden de resultaten vertaald naar onderwijs voor huisartsen en internisten in opleiding en aanbevelingen om onderzoek naar het gebruik van alternatieve geneeswijzen te verbeteren. Ik hoop dat de resultaten van dit onderzoek bijdragen aan het bespreekbaar maken van het gebruik van alternatieve zorg in de spreekkamer, om zo tegelijkertijd de risico’s die het met zich meebrengt te beperken en te voorkomen dat passende, reguliere zorg onnodig wordt verlaten. '
'Een op de vier mensen krijgt in zijn of haar leven te maken met een episode van een ernstige depressieve stoornis, en een op de drie van hen zal meerdere episodes doormaken. Symptomen zoals moeite met denken en het gevoel dat het allemaal niet meer uitmaakt, kunnen ervoor zorgen dat mensen die depressieve episodes doormaken hun doelen niet kunnen bereiken. Zo kan een ondernemer die droomde van een succesvol bedrijf, merken dat hij of zij niet langer in staat is de taken uit te voeren die nodig zijn om het bedrijf te laten slagen. Meerdere processen liggen ten grondslag aan deze uitdagingen, maar elk proces vereist waarschijnlijk een andere behandeling. Voor de ene persoon kan de oorzaak zijn dat het bereiken van doelen te veel energie kost, terwijl het voor een ander misschien niet voldoende voldoening geeft om het doel te bereiken, en weer een ander misschien niet helder genoeg kan denken om alle benodigde stappen te zetten om het doel te bereiken. Deze symptomen kunnen aanhouden, zelfs wanneer de ernstige depressie wordt behandeld en in remissie is, wat bijdraagt aan een terugval.'
Dit project helpt op drie manieren. Ten eerste wil ik deze verschillende oorzaken ontrafelen met behulp van hersenscans en cognitieve tests om de moeilijkheden met alledaags doelgericht gedrag te verklaren. Dit is een cruciale eerste stap om behandelingen te kunnen personaliseren en terugval te voorkomen. De in dit project geteste maatregelen kunnen ons helpen bepalen of iemand een betere kandidaat is voor bepaalde cognitieve therapieën, medicatie of hersenstimulatie, op basis van de onderliggende oorzaak van zijn of haar verminderde doelgericht gedrag.
Daarnaast zullen we gedurende twee weken veel metingen uitvoeren met smartphones, om te onderzoeken of veranderingen in cognitieve tests leiden tot toekomstige veranderingen in de symptomen. Als dat het geval is, zouden de cognitieve tests kunnen worden ingezet om het risico op een terugval in depressie te voorspellen en tijdig behandelingen te bieden.
Tot slot willen we een webapp ontwikkelen die mensen leert hoe ze hun doelen beter kunnen bereiken aan de hand van gepersonaliseerde inzichten.
Uiteindelijk is het doel van mijn onderzoek om mensen die aan een ernstige depressie lijden in staat te stellen belangrijke doelen in hun leven te bereiken, en de Veni-beurs zal een cruciale rol spelen bij het verwezenlijken van die droom.
Ervaringsdeskundigen vanuit InBegrepen, collectief voor ervaringskennis, zijn lid van de adviesraad van het project.
'Kanker ontstaat al lang voordat een tumor kan worden opgespoord. Het proces kan beginnen wanneer DNA-schade in een gezonde cel uitgroeit tot een permanente mutatie. Wanneer het DNA beschadigd is, kan een cel verschillende wegen inslaan: ze kan de schade zorgvuldig herstellen, zichzelf uitschakelen via geprogrammeerde celdood, definitief stoppen met delen, of overleven met mutaties die later tot kanker kunnen bijdragen. Deze vroege beslissingen behoren tot de belangrijkste natuurlijke afweermechanismen van het lichaam tegen tumorvorming. Toch weten we, verrassend genoeg, nog steeds weinig over hoe fysiologische processen bepalen welke weg een beschadigde cel zal inslaan.
In mijn Veni-project onderzoek ik hoe de fysiologische toestand die wordt veroorzaakt door caloriebeperking, een verminderde calorie-inname zonder ondervoeding, de beslissingen over het lot van cellen na DNA-schade beïnvloedt en, uiteindelijk, de ophoping van mutaties. Van caloriebeperking is consequent aangetoond dat het de kans op van kanker in een breed scala aan diermodellen verlaagt, wat het tot een krachtig wetenschappelijk model maakt voor het bestuderen van de natuurlijke afweermechanismen van het lichaam tegen kanker. Het doel is dan ook niet om caloriebeperking als dieet te onderzoeken of om mensen aan te raden minder te eten. In plaats daarvan zal ik het gebruiken als een instrument om de biologische mechanismen te ontrafelen die cellen helpen de vroegste stadia van kankerontwikkeling te voorkomen.'
Het centrale idee is dat caloriebeperking een cellulaire ‘kwaliteitscontrole’-toestand kan creëren. In deze toestand kunnen beschadigde cellen hun DNA effectiever herstellen, worden verwijderd wanneer de schade te ernstig is, of in een permanente toestand terechtkomen waarin ze zich niet langer kunnen delen. Elk van deze reacties zou de kans kunnen verkleinen dat schadelijke mutaties in het weefsel achterblijven en het uitgangspunt vormen voor tumorvorming.
Om deze vraag te beantwoorden, zal ik de vroegste fase na DNA-schade bij muizen bestuderen, nog voordat er tumoren of zelfs voorstadia van kanker zijn ontstaan. Met behulp van een geavanceerd systeem voor het volgen van cellijnen kan ik beschadigde cellen permanent markeren en hun lot in de loop van de tijd volgen. Ik zal gedetailleerde weefselanalyse, directe meting van de mutatiebelasting en moleculaire profileringstechnieken combineren om te bepalen hoe caloriebeperking zowel het gedrag als de moleculaire toestand van deze cellen verandert. De meest veelbelovende routes die bescherming zouden kunnen bieden tegen de ophoping van mutaties, zullen vervolgens experimenteel worden gemanipuleerd in menselijke cellen en ten slotte worden gevalideerd in muizen.
De bredere ambitie is om kankerpreventie op cellulair niveau opnieuw te definiëren. In plaats van af te wachten tot er tumoren ontstaan, onderzoekt dit project hoe het lichaam kan voorkomen dat beschadigde cellen überhaupt het uitgangspunt voor tumoren worden. Door de mechanismen te identificeren die de beschermende effecten van caloriebeperking nabootsen, zou dit onderzoek uiteindelijk nieuwe, op preventie gerichte strategieën kunnen opleveren die veiliger, nauwkeuriger en realistischer zijn dan langdurige voedingsbeperking zelf.'
Over de Veni-beurs
De Veni is een persoonsgebonden wetenschappelijke beurs die zich richt op onderzoekers die recent gepromoveerd zijn. Elke onderzoeker krijgt maximaal 320.000 euro toegewezen. De beurs is een stimulans voor avontuurlijke, talentvolle en baanbrekende onderzoekers om de komende drie jaar hun eigen onderzoeksideeën verder te ontwikkelen. In totaal ontvingen 205 onderzoekers een veni-beurs.
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief
Vul je e-mailadres in en klik op aanmelden. We gebruiken je e-mailadres alleen voor de nieuwsbrief en gaan vertrouwelijk om met je gegevens.