Rapport IGJ positief over aanpak signalen kinderhartchirurgie UMCG

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) publiceert vandaag haar rapport over het centrum voor congenitale hartafwijkingen (CCH), het kinderhartcentrum van het UMCG. De IGJ stelt vast dat het UMCG de signalen over mogelijke tekortkomingen in de kwaliteit van zorg, de sociale veiligheid en de wetenschappelijke integriteit serieus genomen heeft, goed onderzocht heeft en daaruit lessen heeft geleerd. Zij concludeert dat het UMCG voldoet aan de randvoorwaarden voor goede en veilige zorg. Daarmee is het besluit om het operatieprogramma begin januari 2026 weer te hervatten volgens de IGJ verantwoord en navolgbaar.

Het kinderhartcentrum van het UMCG heeft begin januari de geplande operaties voor patiënten met een aangeboren hartafwijking hervat, nadat deze medio september preventief waren gestaakt in afwachting van onderzoeken naar kwaliteit van zorg, sociale veiligheid en wetenschappelijke integriteit binnen het kinderhartcentrum. In november maakte UMCG al bekend dat de onafhankelijke onderzoeken waren afgerond en dat begonnen werd met de voorbereidingen voor de herstart van de geplande operaties per januari. 

Wat was er aan de hand? 

Twee inmiddels vertrokken medewerkers hadden zorgen geuit over sociale veiligheid en kwaliteit van zorg en wetenschap. Het UMCG nam deze signalen serieus en liet deze zorgvuldig en onafhankelijk onderzoeken. In september heeft het UMCG preventief de planbare operaties bij patiënten met een aangeboren hartafwijking gepauzeerd. Door de combinatie van media-aandacht en lopende onderzoeken was de druk op het team groot geworden. Hoogcomplexe operaties vragen maximale rust, focus en stabiele randvoorwaarden. Omdat die omstandigheden tijdelijk niet volledig aanwezig waren, nam het UMCG dit moeilijke besluit. Dat was ingrijpend voor patiënten, naasten en medewerkers.  

‘Het is fijn dat patiënten met een aangeboren hartafwijking uit Noord- en Oost-Nederland weer in hun eigen regio terecht kunnen voor hun zorg.’

Zorg was professioneel 

Eerder al bevestigden onafhankelijke onderzoeken naar kwaliteit van zorg, sociale veiligheid en wetenschappelijke integriteit binnen het kinderhartcentrum dat de zorg voor patiënten met een aangeboren hartafwijking professioneel was en dat de wetenschappelijke integriteit niet is geschonden. ‘Het is fijn dat patiënten met een aangeboren hartafwijking uit Noord- en Oost-Nederland weer in hun eigen regio terecht kunnen voor hun zorg’, zegt bestuursvoorzitter Ate van der Zee. ‘Het was een moeilijke periode, vooral voor de patiënten en hun naasten en voor de medewerkers van ons kinderhartcentrum. Bij velen van hen is het preventief staken van het geplande operatieprogramma in september hard aangekomen.’ 

‘Het was een heftige periode. Patiënten en hun naasten waren onzeker en moesten soms elders terecht voor de zorg die zij nodig hadden. Collega’s van het kinderhartcentrum die al jaren alles geven voor hun patiënten, hadden het gevoel dat ze onterecht onder vuur lagen. Ik begrijp die gevoelens. Desondanks was het verstandig dat we de geplande operaties preventief hebben stilgelegd om rust en tijd te creëren en alles goed en onafhankelijk te laten onderzoeken. Nadat de onderzoeken waren afgerond konden we met volle overtuiging de geplande operaties voor patiënten met aangeboren hartafwijkingen herstarten. Het is goed dat ook de IGJ die onderzoeksuitkomsten onderschrijft.’ 

Voortvarend aan de slag met verbeterpunten

Verbeterpunten en beheersmaatregelen zijn verwerkt in een plan van aanpak dat doorlopend wordt gemonitord. De IGJ vindt dit plan passend. ‘Als lerende organisatie zien we dingen die beter kunnen, zoals de teamcultuur, de onderlinge samenwerking en een heldere rolverdeling’, vervolgt Van der Zee. ‘We hebben onverminderd vertrouwen in alle collega’s van ons kinderhartcentrum, die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de verbeterpunten. Zo kunnen we onze patiënten ook in de toekomst de best mogelijke zorg geven. We hopen daarmee sterker uit deze moeilijke periode te komen.’

Lees hier het nieuwsbericht en het rapport van de IGJ.