Jitske’s zwangerschapsklachten bleken een lekkende hartklep

Jitske Roest (32) was 35 weken zwanger toen ze steeds zieker werd. Wat ze zelf afdeed als ‘gewoon zwangerschapsgeneuzel dat erbij hoort’, bleek een ernstige infectie van haar hart. Twee weken nadat haar dochter werd geboren, onderging Jitske een openhartoperatie.

Zwanger zijn gaat soms gepaard met typische ongemakken. Wanneer werd duidelijk dat jouw klachten niet bij een normale zwangerschap hoorden?

‘Mijn verloskundige merkte dat als eerste op. Ik kwakkelde al een paar weken met veel hoofdpijn en vlekken die voor m’n ogen dansten. Maar ik wuifde het weg en dacht: joh, stel je niet aan, dit hoort er vast bij.

Tot ik op een warme lentedag in een hoodie op de bank lag, met een zonnebril op tegen het felle licht, en me steeds ellendiger voelde. De verloskundige kwam langs en sloeg meteen alarm vanwege mijn hoge koorts en te lage bloeddruk. Ik was al niet meer in staat om zelf naar het ziekenhuis te gaan, dus belde zij 112. Eenmaal in het Martini Ziekenhuis moest ik direct in quarantaine.’

'Ze waren heel duidelijk: als het mis zou gaan, zouden ze eerst mij redden.'

En jij hield nog steeds vol dat het migraine was?

‘Ja, de koppige Fries die ik ben. Ik wilde dat ze zo snel mogelijk iets deden aan mijn hoofdpijn. Daarom richtten de eerste onderzoeken in het Martini zich op mijn hoofd. Ik voelde me zó ziek, maar niemand wist nog waarom. Pas toen ik voor verder onderzoek bij de internist kwam en hij om 01.00 uur ’s nachts naast mijn bed stond om te vragen of ik recent bij de tandarts was geweest, viel alles op zijn plek. Ik had inderdaad een kies laten trekken. Waarschijnlijk is er toen een bacterie in mijn bloed gekomen die mijn lichaam niet kon opruimen. 

En dus luidde de diagnose: acute endocarditis, een infectie van de binnenbekleding van mijn hart en hartkleppen. Na dat nieuws was ik vooral bezig met iets heel anders: ik wilde niet naar het UMCG. Het Martini kende ik, daar voelde ik me veilig, en daar wilde ik blijven. Ik besefte op dat moment ook nog niet hoe ernstig het was. Ik was topfit, ik liep veel en lang hard – in mijn beleving was mijn hart dus ook gewoon sterk.’

Hoe kwam je van het Martini in het UMCG terecht?

‘Omdat endocarditis specialistische zorg vraagt, werd ik met spoed overgeplaatst naar het UMCG. Eerst kreeg ik daar een antibioticakuur, die sloeg goed aan en ik voelde me al snel een stuk beter.

Cardiologen, gynaecologen en infectiologen stemden alles met elkaar af en namen mij daarin steeds mee. Dat gaf rust en vertrouwen. Uiteindelijk besloten de betrokken artsen om mij bij 37 weken in te leiden en onze dochter geboren te laten worden. Zo konden daarna de onderzoeken plaatsvinden die nodig waren om mijn hart verder te beoordelen en werd mijn hart minder belast.’

Links: Jitske een aantal dagen voor de bevalling in haar kamer op het UMCG. 
Rechts: Jitske met haar pasgeboren dochter Jette

Hoe keek je op dat moment naar de bevalling, met je hartproblemen? 

‘Vooraf wist ik niet dat bevallen zo’n grote belasting voor mijn hart zou zijn, en dat is misschien maar goed ook. De artsen en verpleegkundigen in het UMCG hebben ons in de dagen ervoor heel zorgvuldig begeleid, geïnformeerd, gerustgesteld en voorbereid. We spraken af: eerst focussen we ons op de bevalling, pas daarna weer op mijn hart. Dat waren best pittige gesprekken. Daarbij werd ook uitgesproken wat er zou gebeuren als het, om wat voor reden dan ook, niet goed met mij zou gaan: dan redden ze mij, en niet ons kindje. Gelukkig kwam op 27 mei ons meisje Jette kerngezond ter wereld.’

'Tussen de tranen door kon ik vaak ook lachen met zorgverleners, dat gaf lucht.'

En dus kon toen ook je hart weer verder worden onderzocht.

‘Ja, en dat bleek al snel foute boel te zijn. Na de bevalling werd ik erg benauwd en liep ik vol met vocht. Mijn hartklep lekte zo ernstig dat de cardioloog twee dagen nadat Jette was geboren bij me kwam, een stoel pakte en naast me ging zitten. Hij vertelde dat een openhartoperatie, onvermijdelijk was. Wat een ontzettende klap: net bevallen, heel ziek en dan te horen krijgen dat je nog een zware operatie te wachten staat.’

Hoe was het om dit te horen, net nadat je moeder was geworden?

‘Dat voelde heel dubbel. Ik had pas net onze dochter in mijn armen, wetende dat het zwaarste nog moest komen. Dat vond ik heel moeilijk met elkaar te rijmen. Ik heb er veel om gehuild. Het ging al zo snel weer over medicatie, infusen en onderzoeken. Ik was moeder geworden, maar ook nog steeds patiënt. Ik zat in een soort overlevingsstand en was vooral bezig met mezelf, met volhouden. De steun en bemoedigende woorden van zoveel lieve zorgverleners maakten voor ons echt het verschil.’

Op 10 juni 2025 werd je succesvol geopereerd en kreeg je een donorhartklep. Wat hield jou daarna op de been?

‘Mijn herstel verliep voorspoedig, maar omdat alles zo snel achter elkaar kwam – bevallen en een openhartoperatie – kwamen de emoties met ups en downs. Ook in die periode hielpen verpleegkundigen en zorg- en voedingsassistenten me er echt doorheen. Dan kwamen ze even bij me zitten voor een gesprekje, of gooiden we het allemaal op de kraamtranen. Daar konden we dan ook wel weer om lachen. Ik ben hen allemaal ontzettend dankbaar; ze waren zo leuk, lief en zorgzaam en vrolijkten me echt op. En ik realiseer me hoeveel ik te danken heb aan de chirurgen. Dankzij deze operatie hoef ik geen bloedverdunners te slikken en is de mogelijkheid op een tweede kindje voor ons weer een reëel vooruitzicht.’

'Nu voelt het alsof het moederschap pas echt mag beginnen.'

Hoe gaat het nu met je?

‘Steeds een beetje beter. Ik ben veel duizelig en het hele gebeuren zit nog in mijn lijf. Daar krijg ik nu hulp bij van een psycholoog. De cardioloog in het UMCG is daarvan op de hoogte en dat maakt dat ik korte lijntjes met hem heb als ik me ergens zorgen over maak of als ik vragen heb. Heel fijn vind ik dat. Pas later dit jaar hoef ik weer op controle te komen.

Ook mag ik weer hardlopen van de cardioloog; dat doet mij mentaal en fysiek heel goed. Nu ben ik een hardlopende hartpatiënt. Er komt dus steeds meer ruimte om te genieten. In die zin voelt het alsof het moederschap voor mij nu pas echt begint.’

De patiënt

Elke patiënt heeft een verhaal. In de rubriek De Patiënt nodigen we onze patiënten uit om hun persoonlijke ervaringen over leven met ziekte of na genezing te delen. Vanaf het moment dat ze over de UMCG-drempel komen of nog daarvoor. In het interview deelt elke acht weken een patiënt diens bijzondere verhaal.