U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
Is het een beroerte of gaat het vanzelf over? Wacht niet af!
Door: Alies Hoogstra
Leestijd: 3 min.
Bijna wekelijks gebeurt het, vertelt verpleegkundig specialist Gert Messchendorp. Dat mensen niet meteen alarm hebben geslagen bij een beroerte, waardoor de patiënt onnodig meer hersenschade oploopt.
Hoe sneller een beroerte wordt behandeld, hoe groter de kans op herstel. Toch maakt verpleegkundig specialist Gert Messchendorp, die op de afdeling Neurologie werkt, vaak mee dat mensen niet meteen 112 hebben gebeld. ‘Dan vertelt de partner van de patiënt bijvoorbeeld dat haar man opeens een scheve mond had en raar praatte. Maar omdat hij zich verder niet ziek voelde, hebben ze het thuis eerst even aangekeken. Of de klachten zijn ‘s ochtends heel vroeg begonnen en omdat ze de dokterspost niet wilden bellen, hebben ze gewacht tot de eigen huisarts bereikbaar was. Of ze hebben 112 niet gebeld uit angst dat er dan meteen een ambulance met gillende sirenes zou komen aanrijden terwijl dat vast niet nodig was. Maar de ambulance komt echt niet direct als je 112 belt. Je krijgt eerst iemand aan de lijn die je vragen stelt en die bepaalt dan of er een ambulance moet komen.’
'Met een katheter gaan we naar de hersenen om het bloedpropje weg te halen.’
Hersenen sterven af
Messchendorp legt uit waarom het zo belangrijk is wèl meteen 112 te bellen als iemand de verschijnselen van een beroerte heeft: ‘De oorzaak kan een herseninfarct zijn. Dan sluit een bloedpropje een bloedvat af en krijgt een deel van de hersenen geen zuurstof meer en gaat afsterven. Binnen 4,5 uur na het ontstaan van de klachten kunnen we een trombolysebehandeling geven. Dan krijg je via een infuus een heel sterke bloedverdunner om het propje op te lossen. Soms is er ook een trombectomie mogelijk. Via een bloedvat in de lies of arm gaan we dan met een katheter naar de hersenen om het bloedpropje weg te halen. Dat kan alleen als het propje in een groot bloedvat zit op een plaats waar we bij kunnen. Ook moet het binnen zes uur gebeuren, want hoe langer het bloedvat is afgesloten, hoe meer hersencellen er zijn afgestorven en hoe minder effect de behandeling nog heeft.’
Verpleegkundig specialist Gert Messchendorp op de stroke care unit.
Hersenen beschermen
Een beroerte kan ook komen door een hersenbloeding. Daar is nog geen behandeling voor, maar om de hersenen zo goed mogelijk te beschermen wordt de patiënt opgenomen op de stroke care unit van de afdeling Neurologie. ‘Dan verlagen we bijvoorbeeld de bloeddruk, zo draaien we als het ware de kraan een beetje dicht', legt Messchendorp uit.
‘We kijken hoeveel hersenweefsel er nog te redden is.’
Risico's afwegen
Het maakt dus nogal uit of iemand een herseninfarct of hersenbloeding heeft. Daarom krijgt de patiënt in het UMCG met spoed een CT-scan. ‘Als dan blijkt dat het een herseninfarct is, kijken we dus of je een trombolysebehandeling of trombectomie kunt krijgen. Ook als de klachten meer dan 4,5 of 6 uur geleden begonnen zijn', vertelt Messchendorp. ‘We kijken dan hoeveel hersenweefsel er nog te redden is en wegen dat af tegen de risico's van de behandeling. Een trombolyse kan tot uiterlijk 12 uur en een trombectomie tot uiterlijk 24 uur na het ontstaan van de klachten. Maar hoe eerder we de behandeling starten, hoe groter de kans op herstel. Dat is waarom elke minuut telt.’
Met de FAST-test kun je snel een beroerte bij iemand herkennen. Heeft iemand een of meer van deze verschijnselen, bel dan direct 112.
Gezicht (Face): Vraag de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Let op of de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt.
Arm: Vraag de persoon beide armen tegelijk horizontaal naar voren te strekken en de binnenkant van de handen naar boven te draaien. Let op of een arm wegzakt of rondzwalkt.
Spraak (Speech): Kijk of er veranderingen zijn in het spreken zoals onduidelijk of met dubbele tong praten of niet meer uit woorden kunnen komen.
Tijd (Time): Noteer hoe laat de klachten zijn begonnen. Dit is van belang voor de behandeling.