Ze zijn klein, maar niet onschuldig. Fruitvliegjes, (vleer-)muizen, mieren en andere plaagdieren kunnen infecties veroorzaken of overlast geven. Daarom heeft het UMCG een bestrijdingsteam dat dag en nacht paraat staat. ’Bestrijden klinkt alsof we alle dieren doodmaken, maar dat doen we alleen als het echt niet anders kan', vertelt Ronald Verbree.

‘Midden in de nacht werd ik gebeld omdat er op een afdeling een vleermuis rondfladderde', vertelt Ronald. ‘Met een schepnet heb ik die gevangen. In een ander gebouw hingen eens een stuk of zestig vleermuizen op een rijtje aan de gordijnrails. Een prachtig gezicht! We hebben de ramen 's avonds opengezet zodat ze weg konden vliegen. De vleermuizen die er tegen de ochtend nog zaten hebben we door een ‘vleermuizenfluisteraar’ laten ophalen. Het zijn nuttige, beschermde dieren, daar moeten we goed mee omgaan.’  

Pittige opleiding  

Ronald en zijn collega's Wouter van Dam en Freddy Weidenaar zijn gecertificeerde plaagdierbestrijders. Ze hebben een speciale opleiding gevolgd bij het Kennis- & Adviescentrum Dierplagen (KAD) in Wageningen die ze behoorlijk pittig vonden. ‘Je leert hoe je plaagdieren kunt herkennen, bestrijden en weren. Daar komt veel wet- en regelgeving bij kijken, dat moet je allemaal weten', vertelt Wouter.   

4 uur luchten  

Zo legt hij uit dat de operatiekamers moeten sluiten als er fruitvliegjes zijn gesignaleerd en ze direct in actie komen om die te verdelgen. ‘We vernevelen er een middel, dat is giftig en daarom dragen we een speciaal pak en een masker. Daarna moeten de ruimtes 4 uur luchten en helemaal worden schoongemaakt waarna de afdeling Infectiepreventie checkt of de OK's weer open kunnen.’  

Bananenschil  

Daarna is het werk nog niet gedaan want hoe kwamen die fruitvliegjes in het operatiecentrum? Het plaagdierbestrijdingsteam zoekt altijd uit wat de oorzaak van een plaag is, om herhaling te voorkomen. ‘Er was een keer een bananenschil in een prullenbak gegooid in de ruimte voor operatiekamers. Daar waren fruitvliegjes op afgekomen en die waren meegevlogen de OK in', vertelt Wouter. ‘Tijdens een werkoverleg is medewerkers uitgelegd dat ze in die prullenbakken geen etensresten moeten gooien zodat dit niet weer gebeurt.’  


 

Een gaatje van een paar millimeter  

Een paar keer per week doen de plaagdierbestrijders, ook wel het desinsectieteam genoemd, een ronde langs de muizenvallen die op meerdere plekken in het UMCG staan. ‘Want we kunnen niet helemaal voorkomen dat hier muizen binnenkomen. Aan een gaatje van een paar millimeter hebben ze genoeg', zegt Ronald. ‘En ze komen ook wel eens mee met de vracht.’   

Slimme beesten 

Wouter vertelt dat mensen wel eens op de stoel van angst staan als ze een muis zien en blij zijn als ze komen om die te vangen. ‘Soms we doen we daar wel een half uur over want het zijn slimme beesten. Ze kunnen zich goed verstoppen.’ Ook vleermuizen zorgen wel eens voor angstige momenten. Ronald herinnert zich dat hij rond kerst eens naar een afdeling moest en daar een kleine ravage aantrof: ‘Medewerkers waren een kerstboom aan het optuigen en hadden van schrik alles laten vallen toen ze een vleermuis zagen rondfladderen.’ 

Rennen!  

Veel plagen kunnen ze zelf bestrijden, als dat niet mogelijk is schakelen ze de gemeente in of een specifieke expert. Toen er bijvoorbeeld een bijenvolk was neergestreken op het UMCG-terrein, lieten ze een imker komen die de beschermde dieren weglokte. Dat ze van de natuur houden en veel over dieren weten is een voordeel want zo wisten ze met een diervriendelijke list hommels weg te krijgen. Wouter: ‘Die hadden een nest gebouwd in een vogelhuisje bij het gebouw waar de afdeling Psychiatrie zit. Dat nest moest weg omdat het patiënten bang maakte. 's Morgens om 05.30 uur ben ik daar naartoe gegaan want dan zitten de hommels nog in hun nest. Ik heb een prop in de opening gedaan zodat ze er niet uit konden vliegen en heb het huisje naar een bosje rododendrons verplaatst. Daar de prop eruit gehaald en toen rennen! Want het zijn lieve beesten, maar als je aan hun nest komt worden ze boos.’