Er is nog geen bewijs voor de effectiviteit van een Amerikaanse behandeling bij langdurige klachten na een hersenschudding. Patiënten ervaren minder klachten. Maar hoe dat komt is nog niet duidelijk.

De afgelopen twee jaar is onderzoek gedaan naar de werking van de veelbesproken Cognitive FX-behandeling uit Amerika. Onderzoekers van de afdeling Toegepast Gezondheidsonderzoek van het UMCG deden dit onderzoek samen met neurowetenschappers van Amsterdam UMC. De resultaten van dit eerste onderzoek bieden ook geen direct bewijs voor de effectiviteit van de behandeling.

Cognitive FX-behandeling als laatste redmiddel

Cognitive FX is een behandeling voor langdurige klachten na een hersenschudding. Honderden patiënten per jaar zien deze kostbare Amerikaanse behandeling, die in Utah wordt gegeven, als laatste redmiddel. De kosten ervan kunnen oplopen tot €20.000 per behandeling. Zorgverzekeraars vergoeden dit niet. Dit omdat wetenschappelijk bewijs over de effectiviteit van de behandeling ontbreekt. 

Langdurige klachten na hersenschudding

In 2021 waren er 82.700 mensen bekend bij de huisarts met een hersenschudding. Hiervan was 82% jonger dan 65 jaar. In de meeste gevallen herstellen mensen binnen enkele weken van een hersenschudding. In 10 tot 30 procent van de gevallen houdt men echter last van ernstige langdurige klachten. Deze aanhoudende klachten van een hersenschudding zijn veelal onzichtbaar voor de omgeving van de patiënt. Ze variëren van hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, (over)gevoeligheid voor prikkels tot problemen met concentratie en geheugen.

64 patiënten gevolgd bij behandeling in Utah

De onderzoekers volgden 64 patiënten voor, tijdens en na de behandeling in Utah. De patiënten reisden op eigen gelegenheid naar Utah en betaalden de behandeling zelf. Zij gaven via vragenlijsten aan hoe zij zich voelden en voerden verschillende tests uit, vóór en ná de behandeling. Ook bekeken de onderzoekers of er verschillen zijn tussen patiënten en bestudeerden zij hersenscans die bij de behandeling werden gemaakt van de deelnemers. Verder raadpleegden zij de oprichters van de CFX-behandeling, een groep experts op het gebied van hersenschuddingen en een groep patiënten die de CFX-behandeling heeft ondergaan. Zo kregen zij nieuwe inzichten  in de belangrijkste kenmerken van de behandeling, de vraag hoe de behandeling mensen mogelijk kan helpen zich beter te voelen en de waargenomen veranderingen door patiënten.

Positieve ervaringen patiënten…..

Na de behandeling gaf 69% van de patiënten aan minder klachten te hebben. Ook gaven zij aan minder last te hebben van angst, depressie, vermoeidheid en slaapproblemen. De onderzoekers zagen verbeteringen in testen voor duizeligheid en in hun cognitieve prestaties. Zes maanden na de behandelingen waren de verbeteringen nog steeds aanwezig, en gaven de patiënten ook een hogere mate van maatschappelijke participatie aan. Ze waren niet actiever op het gebied van school, studie of werk.

… maar hoe dat komt, blijft onbekend

Rimke Groenewold is een van de UMCG’ers die betrokken was bij dit onderzoek. ‘Het is goed nieuws dat zo veel patiënten zich beter voelen na de behandeling. Tegelijkertijd weten we nog niet hoe het komt dat zij zich beter voelen. We weten namelijk nog niet welke elementen en processen van de behandeling leiden tot de gevonden veranderingen. De resultaten van ons onderzoek zijn dan ook geen direct bewijs voor de effectiviteit van de behandeling. We kunnen patiënten daarom ook nog niet adviseren over het al dan niet afreizen naar Utah voor de CFX-behandeling.’ 

Vervolgonderzoek naar effect is noodzakelijk

Volgens onderzoeker Annemieke Visser was dit een essentiële eerste studie: “De resultaten van dit onderzoek zijn heel belangrijk voor mensen die kampen met langdurige gevolgen van een hersenschudding. Dat blijkt ook uit de gesprekken die we hebben met verschillende patiëntenverenigingen. Wij pleiten dan ook voor vervolgonderzoek. Hierin willen we de effectiviteit van specifieke onderdelen van de behandeling nagaan. Dan kan blijken of de behandeling ook echt toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse zorg”